Het erotisch universum

Screen-Shot-2017-09-05-at-17.18.51

Kunstenaar niet kunnen achterhalen

1. Ongeacht de kosmologie of religie die iemand aanhangt, niemand zal toch kunnen ontkennen dat Eros de wereld regeert en dat veronderstelde metafysische kwaliteit alleen vorm kan krijgen middels de wetten van aantrekking en afstoting die het erotisch avontuur mens kenmerken. Dit feit draagt de aanzet tot dit schrijven, dat Eros ten volle wil erkennen en vrijmaken door de sluiers van verleden, die er taboes omheen draaiden, te beschrijven en dan weg te nemen. Tevens, dat mag voor zich spreken, wil het de pracht van menselijke intimiteit vieren met woorden van verwondering en het besef dat seks geen probleem kent als liefde regeert.

2. Verliefd en verlegen, dat was voor mij hetzelfde. Verliefdheid was koortsig en willend, verlegenheid maakte er machteloosheid van. Was het gebrek aan lef misschien of was ik eerder een fijngevoelig ventje dat het raadsel en wonder meisje niet kon oplossen, dit feitelijk ook niet wilde, altijd in dit wonder wilde verblijven zonder meer te weten? Er was de enorme drijfkracht naar de verlokkelijke geheimen van de meisjes, die zo onbereikbare engelen die me, en passant en met groot gemak, met hun lach betoverden zodat ik geen woord meer uitbrengen kon.

3. Zaadcel en eicel, zo is het begonnen, vertelt de wetenschap. De bijbel beweert dat eerst het woord was, en daar is ook wat voor te zeggen. Mijn ouders, zelf uit zaad- en eicellen ontstaan en aldus geen afdoende verklaring voor mijn oorsprong, gaven hun genenmateriaal aan mij door en verrijkte het vervolgens met voedsel van allerlei soort. Toch bestond de wereld en ik niet bij de geboorte van dit lijf, ik ben enkele jaren later ontstaan, onder druk van omstandigheden. Ik leerde praten en zeggen dat Joost een koekje wou. Mij werd verteld: nee, ik wil een koekje. Op het moment dat deze suggestie geaccepteerd werd, werd ik geboren, dat wil zeggen, afgescheiden van het universum om mij heen. Met het woord was de geboorte van de wereld, met ´ik´ apart erin, mogelijk geworden.

4. Een Katholieke opvoeding had de seksualiteit verbannen tot achter de poorten van het huwelijk; ik vroeg me af wat het voordien dan was. Onthouding? Bestond zoiets? Ik kreeg natte dromen en ontdekte masturbatie. Dat moment heeft grote indruk op me achtergelaten. Ik stond onder de douche en nam mijn piemel in de hand. Het voelde goed. Het groeide. De opwinding steeg, alsmaar meer. Opeens werd ik koortsachtig, het leek wel gekte, toen spoot er een wit goedje tegen de botergele tegeltjes op de muur voor mij. Wat was dit? Niemand had me hier ooit over geïnformeerd. Ik droogde me af, kleedde me aan en bleef in verwarring over hetgeen hier tot werkelijkheid was gekomen. Een gedachte diende zich aan, een gedachte die me benauwde. Ik voelde zonde en dacht: ik heb het ultieme genot ontdekt maar moet dit betalen met het ontladen van hersencellen? Ja, ik dacht dat daar een deel van mijn hersencellen op de tegeltjes was gekwakt en was werkelijk bang dat verleiding dit te herhalen mijn gezond verstand zou gaan kosten! De herhaling bleef en mijn rapportcijfers daalden niet; pas toen was ik op dit punt gerust gesteld.

5. Het feit dat een mens rondliep was het bewijs van een vrijpartij. Dit gold ook voor de orthodoxe puriteinen die ik hoorde spreken over de verwerpelijkheid van de seks en, beluisterde ik daar impliciet in, van de vrouwen die mannen daar toe verleiden. Een verbale puritein was in mijn ogen gewoon een pratende seksuele vrucht. Wat hij zei kon niet serieus genomen worden.

6. We kregen gymles. Van de blonde juffrouw die nooit een beha droeg zodat haar tepels altijd weer door haar dunne shirtje priemden. Een onuitwisbare indruk liet dit op me achter, waardoor ik me voortaan op iedere gymles kon verheugen. Het was altijd afwachten wat we gingen doen de komende les, ik hoopte altijd op voetbal, het werd op een dag touwklimmen. Ik was er bepaald goed in, kwam vaker als eerste boven. Dan had ik tijd voor kijken. Dan zag ik de juffrouw in de diepte en was ik opgewonden dat zij ook mij zag. Maar er was meer aan de hand. Zo-even, tijdens het klimmen, had ik ontdekt dat bij ieder ruk omhoog zich een gevoel in mijn erogene zone vrijmaakte dat van een heerlijkheid was dat je er bijkans van uit de touwen zou donderen. Maar dit gebeurde niet, ik rukte me omhoog, wenste een oneindig lang touw, ondervond al snel het plafond en vol trots de goedkeuring van de juffrouw daar beneden met meest stralende lach.

7. Er hing een taboe rond de seksualiteit. Het was iets voor achter gesloten deuren en dat maakte het extra spannend. Het mocht niet openlijk maar, daarvan was ieder rondlopend mens het bewijs, het moest wel gebeuren. Het verbod op en onderdrukken van de lust heeft tot meest uiteenlopende misstanden geleid. Onderdrukking van het libido resulteerde in gewelddadige seks in relaties, kloosters, oorlogen en het openbare leven. Er ontwikkelde zich een speciale belangstelling voor verboden seks in mij, voor de rode stegen, schaars geklede dames voor de rood verlichte ramen, de seksshops met magazines, videobanden en cd-roms vol geile pixels. Seks zonder liefde was zondig, betaalde seks zeker, zo leerde de kerk van mijn jeugd, maar ik had hier in die dagen een ander idee over en voelde dankbaarheid naar alle Lulu´s van de pixels die voor mij uit de kleren gingen en met gevoelens van taboe niets van doen hadden.

8. Het verhaal ging dat God, de Schepper van al wat is, Zijn Zoon van maagdelijke oorsprong had laten zijn en zijn volgelingen een kerk had laten stichten die de hele mensheid a priori tot een valse bende bestempelen zou, zozeer, dat de beloofde hellestraf voor zonde al onmiddellijk werd gevoeld door al wie geloofden. Dit had overigens niets met de Zoon zelf te maken, die vrij omging met de hoeren, maar wel met de kerk die uit ´Zijn nagedachtenis´ bestond, en die de oorspronkelijke Christus al bij stichting de rug had toegekeerd, de verderfelijke maagdelijkheid van het celibaat als ideaal zou uitdragen met in het kielzog daarvan ontelbare verkrachtingen in de krochten van hun godshuizen. En dit was echt niet alleen bij de katholieken of christenen zo, zo was het bijkans overal waar men de lust poogde te onderdrukken.

9. Op school moest je opletten wilde je later goed terecht komen. Er moest heel wat water onder de brug door voor ik door had dat de schoolse zienswijze als een gif in alle levensgebieden van de schizofrene mens was getreden. Want op school stond alles in het teken van ´later´ en zouden we gelukkig zijn als aan ingebeelde voorwaarden was voldaan. Gelukkig zou je zijn als je dromen waren uitgekomen. Gelukkig zou je zijn als je eenmaal een goede baan had, en als je die had dan was het wachten op genoeg geld voor de bolide, en de bolide was bedoeld om de ideale levenspartner te strikken die je uiteindelijk gelukkig zou maken. Oplichterij vanaf het eerste begin. En zelfs de spirituele scholen, die dit alles als illusoir beschouwden en de onmiddellijke verlichting voorstonden, ontkwamen er niet aan daar toch weer stappenplannen van te maken zodat de werkelijkheid nooit al hier was. En steeds was de inzet geluk, in het geval van de spirituele broeders en zusters, door je dierlijke verlangens te overstijgen. Wat een verlangen! En morgen kwam nooit.

10. Mijn zus had een vriend die in nabijgelegen dorp bij zijn ouders woonde; ik zou daar met mijn jongste broer een nachtje logeren. Een vrij onbetekenende gebeurtenis ware het niet dat één moment voorgoed fotografisch in mijn brein vastgelegd zou worden. Een dochter des huizes kwam, toen broer en ik op bed lagen, nog even langs om welterusten te wensen. Ze was stellig één van de gezelligste personen in het gezin, ik had er niets op tegen dat ze nog even een vrolijke noot zou komen brengen voor de dag ten einde gedragen zou worden. Daar kwam ze. Ze was fors, maar zeker niet te dik. Haar lijf paste prima bij haar lange uitwaaierende blonde krullenpracht en nu, vanaf mijn hoofdkussen, was het opkijken naar haar gestalte nog imposanter, haar lijf nog voller, haar rondingen pregnanter dan overdag vanuit mijn verticale staat bezien. Ze droeg als altijd een spijkerbroek, zo strak om haar benen gespannen dat de kreuken erin haar vlees stevig omvatten. Toen ze mij een nachtzoen gaf zag ik pas goed de kreuken rond haar dijen en nadat ze me genaderd was ook in haar kruis; een onbestemde doch zekere opwinding maakte zich van mij meester. Wist ze, dacht ik bij haar zwaaiend weggaan, dat ik haar zo bekeken had?

11. Op de lagere school zaten alleen jongens, de meisjes gingen naar een school ernaast. In contact komen met een meisje, met haar om leren gaan, viel zo niet mee. Maar toch mocht hier iets ontluiken. Sylvia was mijn eerste ´verkering´. Wat dat betekende wisten we niet maar we hadden afgesproken een stelletje te zijn. Och aandoenlijke tienerliefde! Ik had het bewijs bij me, in mijn portemonnee, want ze had me een suède hartje gegeven waarin ze ons verbond met lieve woordjes had opgeschreven. Ik had een meisje! Mijn vriendje Bonnie en ik crosten regelmatig na schooltijd op onze fietsen vanuit Bennebroek naar Heemstede waar de twee vriendinnetjes, Joyce en Sylvia, op ons wachtten. We gaven kusjes, we renden voor elkaar weg, het was kinderspel. En de hartstocht was voelbaar, als een onstuimig vuur in een klein lijf met hersenen die helemaal niet wisten wat dit allemaal was, zou kunnen zijn of waar het heen moest. Verlegenheid leek onhandig, tegelijk was de openheid ervan een gelukzalig genieten. Zegen verpakt in een onhandige situatie. Liefde.

12. Één ding vond ik vreemd: mijn vrienden waren ook van Katholieke huize maar bij hen ervoer ik niet de krampachtigheid rond de seksualiteit die mijn ouderlijk huis en zenuwgestel zo kenmerkte. Ze vonden net als ik dat seks en liefde bij elkaar horen, maar geen seks voor het huwelijk, nee, daar hadden ze niks mee op. En ik, wat zat ik in dit standpunt te verdedigen? De katholieke leer, Jezus of mijn ouders misschien? Zonder gewetensnood had ik probleemloos auto-erotische seks voor het huwelijk en ik zag niet in waarom seks in relatie met meisjes verboden zou moeten zijn. Ik was 21 jaar toen er voor mij een openbaring in de kwestie kwam. Ik zat met mijn ouders aan tafel toen mijn moeder me huilend vertelde dat ze als meisje door haar vader en een broer is misbruikt. De schellen vielen me van de ogen: dít verklaarde de sterk gevoelde aseksuele opvoeding in ons huis! De erotiek werd mogelijk in de huizen van vrienden ook niet besproken, maar toch ook zeker niet met zwaarte beladen en als fout voorgesteld zoals bij ons thuis.

13. Haar naam was E. Ik leerde haar kennen op de middelbare school die ik bezocht. Ze was misschien niet de mooiste van alle meisjes, toch had ze mijn volledige aandacht. Ik was 16 jaar, ontstellend verlegen en heb wellicht gemeend dat ik om die reden bij de knapste meisjes geen kans maakte, die zouden vast vallen voor de stoere jongens met grote bekken. Of ging mijn aandacht speciaal naar haar uit omdat E anders was, onzeker net als ik, creatief en gevoelig? Als ik in mijn eentje op haar af had moeten stappen was er waarschijnlijk nooit contact ontstaan, maar met boezemvriend B naast me, die belangstelling had voor E´s vriendin Y, kwam ik toen toch nader tot haar. Dit gebeurde doordeweeks op het schoolplein, in het weekend in de danstenten die we bezochten. Mijn God, wat liepen de gesprekken moeilijk! Spanningen door faalangst teisterden me. Ik had nog nooit met een meisje gezoend, laat staan seks gehad. Ik dacht aan niets anders en om dit ongepast verlangen te verdringen deed ik in haar gezelschap net of ik gevoelloos was op dit punt. Ik had geen idee hoe dat moest: het Katholiek zijn en alle normen van dien combineren met de omgang met mooie meisjes. Meest spannend waren wel de zomerdagen als de twee meisjes hadden toegezegd ook naar het plaatselijk open lucht zwembad te komen. Dan deden we een balspel in het water. Eerst wat volleybal, om af te tasten, maar al snel werd er om de bal gevochten, wat garant stond voor veel fysiek contact, vooral onder water. Op één van die dagen waren B en ik al in het bad,–de late zon glinsterde op het golvend wateroppervlak, verschillende kleuren wiegend en sprekend van een tijdloze waarheid die met mensenverstand nooit begrepen kon worden, toen de jongedames langs het bassin kwamen aangelopen. Prachtig hoe de zon E´s fraai getinte huid deed oplichten; ik kon het kippenvel op haar welgevormde benen zien. De schoonheid deed bijkans pijn aan de ogen toen ik de tijdelijkheid van dit wonderlijk verschijnen besefte. Met E is het nooit tot zoenen of vrijen gekomen. Jaren later zouden we nog eens een correspondentie voeren, handschriften met tekeningen, dikke postpakketten over en weer, maar de werkelijke opening naar elkaar toe bleef overschaduwd door onze bedremmelde naturen en intimiteit is van beide kanten kundig afgehouden. Nog een aantal jaren later, de vriendinnen waren samen in Utrecht gaan wonen, hebben we hen nog eenmaal opgezocht toen ze daar een feestje gaven. B en ik dronken bier en wijn tot in het ochtendgloren, zijn toen door een raam naar buiten gegaan voor vertrek, waarna de dames nimmer meer belangstelling voor ons hebben getoond.

14. Pornoblaadjes waren reuze interessant maar ik had het lef niet ze te kopen. Ik was immers een goed christen, of iets dat er op leek, en dan wil je het andere gelaat niet tonen. Dit was op later datum precies de reden om ze wél aan te schaffen en de mentale restricties in mij te doorbreken. De winkel inlopen was al een hele toer, ook al was het gewoon een tabakszaak. Maar ik liep er binnen met, volgens mijn anticiperende brein, verdachte intentie en de man achter de balie moest dat aan me hebben kunnen zien. Zo voelde ik me op voorhand al ongemakkelijk. Nu was het zaak door te zetten en dit soort gedachten verder te negeren. Ik pakte een Playboy, hoewel ik waarschijnlijk liever de veel geilere Hustler had meegenomen, maar dit openlijk erkennen dorst ik niet. Ik liep naar de balie en overhandigde het gekozen artikel aan de man. Ik meende cool te zijn doch bemerkte dat mijn brillenglazen van binnenuit besloegen. Maar mijn missie was geslaagd, een onechte drempel was genomen.

15. Ik moest in militaire dienst. Met twee broers ouder dan ik hoefde ik oorspronkelijk niet, broederdienst heette dat, maar toen werd het geboortejaar van één van hen uitgeloot, hoefde hij niet op te komen draven, was het dus toch aan mij de beurt. Het lot en niet ik was aan het roer, zoveel was wel duidelijk. Ik werd in Blerick-Venlo gestationeerd, zou hospik worden en moest er mijn rijbewijs halen. Dit laatste zou niet gebeuren, de afwisseling van instructeurs met verschillende opvattingen over goed autorijden verwarde me en werkte teveel op mijn zenuwen; ik kwam niet eens aan afrijden toe. Wel kwam ik toe aan de kutten als ik in de vrije tijd in de slaapkamer met maten verkeerde die allen de meest uitgesproken foto´s van hun belangstelling hadden opgehangen. Herinner me dat ik op zeker moment voor een afbeelding van een opengesperde vagina stond en tegen de andere soldaat zei: ¨Vind je dit een smaakvolle foto? We kunnen ook een afbeelding van een biefstuk ophangen.¨ Ik was verlegen en bemerkte tegelijk waar mijn lef zat. Die kreeg meer stem.

16. Ik hield eigenlijk van allebei. Subtiele filmpjes die suggereerden, steeds op het randje niets tonend, ja, daar kon ik in verblijven, ondertussen de snijdende pijn van verlangen voelend. En dan had je het grovere werk, de keiharde porno die nergens doekjes om wond. Recht in de Poort van Leven kijken, met al dat natte pulserend vlees, opgewonden en smekend. Dat is natuurlijk ook wat mijn kamergenoten in de kazerne zagen, geen biefstuk, nee, hun oorsprong riep. Eros is nergens niet. In een citroenpers de shiva-lingam zien. Geen komkommer kunnen zien zonder aan Haar te denken. Pablo Picasso stelde: ¨Sex and art are the same thing.¨

17. De man en zijn roede, de vrouw en haar schacht; de verdeling schept verlangen. Als ze samenkomen en het verschil wordt opgeheven, is het verlangen even stilgevallen. De samensmelting van de delen wordt als vol-ledig beleefd. Seks en geilheid zijn heilig, helend, krachtiger dan welke verdeeldheid ook; de gewelddadige vorm komt juist na onderdrukking hiervan. Wie daarin verzeild zijn geraakt vinden vaak toegang en soelaas in de praktijken van BDSM (bondage, discipline, dominance, submission, sadism, masochism), waarbinnen machtsverhoudingen kunnen worden nagespeeld, negatieve emoties genotwekkend vermogen blijken te hebben, verwerking van oude wonden plaats kan vinden. We wonen alles uit tot we het zat zijn. En na het orgasme denkt menigeen aan de meest seksloze dingen als boodschappenlijstjes, klusjes die nog gedaan moeten worden of het buiten zetten van de vuilnisbak.

18. Natuurlijk twijfelde ik regelmatig aan een bestaan vol seksfilmpjes en masturbatie. Ik kon goed meevoelen toen ik in een kroeg een welbegaafde knappe blonde jongeman laat op de avond zag neerbuigen over een barkruk, erop slaand en uitroepend: ¨waarom ben ik ooit aan die porno begonnen; ik kom er niet meer los van!¨ Ik keek naar die gozer als naar mezelf. Geile beestjes met moralistische ideeën. Hier wilde iets helen. Ja, masturbatie wordt wel eenzijdig op den duur. Dit kon niet duren.

19. Over de gehele wereld is seksualiteit verbonden met taboe; de vraag waarom dit zo is ligt voor de hand. Het taboe rond de dood laat zich als volgt verklaren: de dood neemt ons leven weg en is ons zo de baas, doorkruist ons gevoel van controle, roept aldus vrees op en de overtuiging dat er met de dood niet gespot kan worden. Waarom dan wordt seks, dat staat voor intimiteit en leven geeft in plaats van wegneemt, ook als taboe ervaren? Hier duikt een overeenkomst op met het taboe rond de dood: de seksdrive neemt, evenals de dood. een loopje met de controlewaan van persoonlijkheden. We zien dit in huwelijken die weer verbroken worden als de seksuele aantrekkingskracht maar genoeg is afgenomen of, eerder al, als de seksdrive zich heeft uitgebreid buiten de monogame relatie, wat als ´vreemd gaan´ bekend staat. Maar zo vreemd is vreemdgaan niet, statistieken wijzen uit dat het eerder regel dan uitzondering is. Wat aangeeft hoe machteloos de menselijke wil is ten opzichte van het fysieke hormonenspel. Dan zijn er ook de mensen die deze problematiek willen vermijden door een celibatair leven voor te staan, vaak in gemeenschappen. Ook hier gaat het in talloze gevallen hopeloos mis, worden de voornemens in het geheim, vaak met manipulatie en geweld, verbroken. Dit kan reeds gesteld worden op basis van informatie die is vrijgekomen, wat niet openbaar is gemaakt mag daarbij worden opgeteld als we die cijfers kennen. We hebben genoeg reden aan te nemen dat we maar het topje van de ijsberg weten; als er een slachtoffer van seksueel misbruik het lef heeft de misstanden in een gemeenschap te benoemen volgt er vaak een dijkdoorbraak, gaan ook andere leden van de club spreken zodat de omvang van het geweld algemeen bekend wordt. In alle religieuze stromingen komen deze misstanden voor en het woord ´exces´ is nog maar zelden op zijn plaats omdat de zondige praktijken niet incidenten bleken maar op grote schaal gedurende lange tijd categorisch plaatsvonden. Het ijdele idee dat de mens de seksdrive de baas is wordt keer op keer gelogenstraft, mijn inziens de belangrijkste oorzaak die van seksualiteit een taboe maakt.

20. Adriaan Morriën, de dichter, heeft gezegd dat hij het armoedig en verdrietig vond dat het samenzijn met zijn gezin in bed geschonden moest worden ten behoeve van een productieproces dat op winst en niet op dat eenvoudig geluk was gebaseerd. (Alles geparafraseerd; mijn geheugen is niet sterk.) Wat Morriën hier zei raakte mij, het jochie met een opgesloten en gekneusde seksdrang dacht: als ik eenmaal een vriendin heb kom ik nooit meer ons nest uit! Morriën had een dochter die besloten had hoer te worden. Adriaan sprak prachtig over haar; voor mij ook weer een heilzaam moment waarin de op mij overgedragen morele waarden verder afbrokkelden en onhoudbaar bleken.

Fotograaf onbekend

21. De kracht van de erotiek is enorm. Als ik mij in het zomers straatbeeld begeef wordt mijn aandacht veelvuldig getrokken door meiden in rokken, leggings, broeken, maakt niet uit, als de bilpartij maar enigszins leesbaar is. Binnen religieuze kringen wordt onthouding van zinnenprikkeling door bepaalde scholen aanbevolen, acht men het heilzaam niet naar welgevormde vrouwen te kijken. Daar zijn ook uitzonderingen op, zoals de gepopulariseerde Tantraleer. Denk hierbij aan Jiddu Krishnamurti, ooit tot Wereldleraar gebombardeerd door een theosofenkliek, totdat hij de Orde waarin hij zich opgesloten voelde open brak en zei: “ik ben geen wereldleraar, jullie zijn allemaal je eigen leraar”. Over de verleiding van vrouwelijk schoon zei hij iets als: “Niet naar vrouwen kijken? Kijk juist! Weet wat je ziet en hoe dit voor je werkt.”

22. Ik heb veelvuldig in spirituele kringen verkeerd. Kreeg het vaak benauwd van de New Age-mentaliteit, de halfzachte lachjes met glimmende ogen en zalvende stemmen, waarbij je terstond een luide scheet uit je kontt had willen laten dampen maar dit niet dorst. Bij tijd en wijle kwam ik, tot mijn geluk, mensen tegen die weliswaar het jargon van de religies bezigden, maar duidelijk vrij stonden van de boterzachte roze harten die naar mijn indruk ver van de realiteit afgedreven waren. “De speeltuin der ernst” noemde Han Marie Stiekema, –natuurarts en boodschapper van de Grote Moeder–, het aards domein in de tijd dat ik hem vaker mocht ontmoeten. Hij had mij aangehoord over mijn drankgebruik en belangstelling voor porno. Op een dag vertelde hij me iets dat buiten de spirituele traditie stond, niet de vrijheid maar juist de gebondenheid zocht. Hij zei: “Er was eens een vrouw naar mij toegekomen die haar hele leven onrustig op zoek was naar de waarheid. Ze vond maar geen rust en had heimelijk belangstelling voor de sado masochistische praktijk, maar dit viel buiten de norm van iedere leer die ze bestudeerd had dus ze liet het idee verder met rust. Toen ze na lang weifelen alsnog deze drempel nam, zich aan de sadomasochistische praktijk overgaf, kwam in ene keer haar hart tot rust”. Wat me verleidt hier kort een cartoon te benoemen waarin een man zijn seksueel opgewonden vrouw, in fetisjistische lingerie gekleed, aan het bed vastbindt om vervolgens zichtbaar in de achterkamer naar voetbal op tv te gaan kijken.

23. O, wat kwam ik graag op de Wallen! Niet om te neuken, want dat durfde ik niet. Wel om met beslagen brillenglazen porno aan te schaffen. En langdurig door de rood verlichte stegen te lopen. Maar ronduit kijken naar de lustopwekkende vrouwenlijven ging me toch te ver. Dat vond ik, jazeker, onfatsoenlijk. Dan liever wat seksbladen en cd-roms kopen om thuis ongestoord op te geilen. Maar daar te lopen bleef altijd speciaal en is het nog: daar ben ik in wezen buiten de kerk en alles dat met moraal te maken heeft getreden. Met drank, wiet, en soms ook magische paddenstoelen, onderzocht ik deze zondige vrijheid in menig nacht, alleen slenterend, blij en ook wat ongerust zo mezelf te zijn. Op een nacht gebeurde wat ik altijd vermeden had en bezocht ik voor het eerst in mijn leven een prostituee. Ik liep in de late avond, gedrogeerd, door een steeg toen een oudere vrouw van Zuid-Amerikaanse komaf, die stond te praten met wat haar dochter had kunnen zijn, me aan de arm trok, zo van: ´mee naar binnen jij!´ Ze droeg me over aan de jongere vrouw en ik dacht aan overmacht, voelde geen protest. Al snel lag ik ontkleed op het afwerkmatras maar mijn deel deed niet veel meer. Ook mijn belachelijke hondse pogingen toen ik op haar lag bezag ik met meelij terwijl zij regelmatig op haar klokje keek en toch ook was er ook een glimlach. Een glimlach die alleen maar groeide toen ik weer in kledij en lederen jas gedoken langs de grachten en door de verboden straten ging.

24. Ik ging zowaar nogmaals ergens naar binnen. Vlak bij het kerkje, met de galerij vol donkere voluptueuze meiden. Een prachtige vrouw met wellustige borsten wenkte me tot haar. Vanzelfsprekend wist ik dat ik niks meer klaar zou spelen, toch nam ik de uitnodiging aan. Met mijn druiligere Hollandse harses koos ik voor afdingen en ze stemde in met een pijppartij voor 25 gulden. Dat moet dan wel snel gebeuren dacht ik, maar zoals gezegd, ik wist al dat zoiets deze nacht niet kon. Op zeker moment zei ik: ¨laat maar vrouw, deze jongen is nog lang niet klaar.¨ Ik knoopte de broek dicht en zei gedag. Nog veel gedwaald die nacht, wachtend op de eerste trein terug naar Haarlem. Eindelijk naar de hoeren geweest, dacht ik, bevrijd in plaats van bezwaard. En meteen twee keer niks klaar spelen voor een leuk bedrag, dat is knap waanzinnig! Ik lachte erom, voldaan dat ik het gedurfd had, ‒dat was nu bewezen‒, mijn morele gezondheid in gevaar te brengen. De trein waarin ik gestapt was was vertrokken, toen ik ongemakkelijk geprikkel op mijn scrotum voelde. Even verzitten. Het werd daarvan echter alleen maar erger. Terwijl een conducteur mijn treinkaartje doorkliefde stierf ik van de pijn daar beneden! Mijn God, wat was dit!?! Ik besloot naar het toilet te gaan om de boel eens grondig te inspecteren. O, lopen deed zeer! Het was alsof mijn kloten in een bak vol kerstbalsplinters hingen! Dan maar even flink doorbijten, sodeju, houd die glimlach op je bek Joost als je naar die plee waggelt! Pfff, ik was er aanbeland en onderzocht het zaakje. Had dat kutwijf toch een balsem op mijn scrotum aangebracht dat vervolgens was gaan verharden, versplinteren en folteren! Afdingen was geen beste beslissing geweest. Ik heb nog uren in de kreukels gelegen om te zien dat het geen kutwijf was maar gewoon een Surinaamse kanjer die de Hollandse klootzak met soortgelijke munt wel eens terug wilde betalen. “You fuck me? I fuck you!”

Fotograaf onbekend

25. The Rode Buurt in. In vroeger jaren, als ik er kwam, kon ik nog voelen dat ik wetten overtrad, maar dat was nu van mij afgevallen. Het was nu eerder zo dat ik me geneerde voor de toeristen aller landen die langs de panden en hun rode lichten slenterden om onderling te gniffelen vanuit hun schalks gedoe. Ik voelde me volstrekt thuis in deze wereld, ervoer sympathie voor alle uitgestalde lichamen, vond de spiedende toeristen onfatsoenlijk. Vond een totaal oninteressant kroegje ergens op een hoekje en ik dacht: dat kan niet waar zijn. Dus ik naar binnen. Ik stond er solitair wijn te drinken, gemompel van dronkaards om mij heen negerend. Glas leeg, deur weer uit. Op het Damrak zat een groepje gozers, één van hen met gitaar. Ik wou alweer de rode zone betreden toen ik me opeens bedacht dat mijn geld nu wel bijna op moest zijn. Dat bleek geen verkeerde ingeving, dus op naar de geldautomaat. Ik wist al dat ik de fles wijn in mijn rugzak zou doneren aan deze makkers om even die gitaar vast te mogen houden. Ze waren duidelijk onder de indruk van mijn getokkel. Toen kwam er een vent langs die het beter kon dan ik; die doneerde niks maar won hun aandacht en speelde mijn trots weg. Het bleken allen Polen te zijn en ze leefden op straat, dag en nacht. Ik bood hen de fles wijn aan, de vraag naar mijn tabak bleef ook steeds opkomen. Op een gegeven moment begon één van hen, die al de hele tijd zat te tieren met zijn schorre stem, te huilen. Mij werd uitgelegd dat zijn vriendin onlangs dood was gegaan. Ik heb voor iedereen nog een sjekkie gedraaid, die gozer een kus gegeven en ben gegaan. Wandelen, wandelen, kilometers moet ik af hebben gelegd. En ik wist, deze nacht is nog niet ten einde. Wel zag ik dat de ingang van menig etablissement geblokkeerd was; ik vroeg passanten waar nog wel geschonken werd. Ik werd door een Turkse man verwezen naar de nachttent Cassablanca. Terwijl ik meende de goede route te bewandelen kwam er een prachtige donkere man zijdelings, zonder aanspraak op mijn middelen te maken, meewandelen en zei hij: “I bring you there”. Dat deed ie, met ferme pas en goede lach. Nadat ik was gearriveerd en hij reeds was doorgelopen vroeg ik hem of hij wat van me wilde drinken. Nee. Iets roken? Nee. “I just want coins” zei hij en hij liep alweer verder. Ik riep hem, hij had de munten die ik hem vervolgens gaf volslagen verdiend. Cassablanca, mijn goedheid, waar kwam ik in terecht? Het was er veel te druk en er was net een karaoke bezig. Godbetere, een dronken tor stond daar een beetje Dokter Berhard van Bonnie Sint Clair te vertolken alsof het niks was. Al die mooie vrouwen met dit soort onzin? Ik had mijn wijntje snel leeg. Toen ik naar buiten liep hoorde ik een opmerking vanuit een groepje van drie jongens die volgens mij onjuist was. Ik weet niet meer wat dat was, wel dat ik me ermee bemoeide en ook het vervolg. Alle drie de jongens keken me verwijtend aan. Één van die gasten zei iets over mijn kleding. Ik zag zijn PC-Hooftstraat ruitjesoverhemd en zei, wijzend op zijn vermomming: “Dat is handig! Als het warm is kun je altijd een ruitje open zetten!” Dit was duidelijk een geslaagde opmerking want de aanval die zich op mij dreigde te richten keerde nu om naar dit sujet in golfkostuum toen zijn vrienden hem smakelijk uitlachten. Tijd om te gaan. Alles was nu dicht en de eerste trein ging nog niet. Dan graag nog even door het rode licht voor de Vitamine D. En misschien weet je hoe dat gaat na zoveel wijntjes; je gaat wat makkelijker over de dingen des levens denken. Dat had ik nou ook. Ik vond opeens iedereen aardig. Ook de negerin met het volle postuur die naar me lachte. Ik zwaaide, liep op haar toe. Prachtig gezicht. Schitterende lach. Dertig euro. Geen geld. “We moeten wel even de trap op. Wil je me in de kont neuken?” “We zullen zien”, zei ik terwijl ik haar al vooruit ging en feilloos haar matras op de tweede verdieping vond. Ze wou meteen zaken doen maar ik zei dat ze geen drukte hoefde te maken, dat ik haar mooi vond en bezopen was. Dat vond ze geen probleem, ze zou me wel even pijpen en als ik naar haar kont zou kijken, wat ze me adviseerde, dan zou het helemaal in orde komen. Ik lag te grinniken en ze maakte mijn pik hard, dat wel, maar ik wist dat het niet lang zou duren. Onwillekeurig had ik mijn rechterwijsvinger in haar anus geduwd maar dat mocht niet. Er mocht wel meer niet. Toen het op neuken aan kwam was het verboden dat ik een aantal van mijn vingers in de mond stak om mijn lid te bevochten; dat was onhygiënisch, zei ze. Ik zei tegen haar: “Behalve dat ik dronken ben vind ik het nogal storend dat de natuurlijke procedure van opwinding op allerlei bezwaren stuit. Wil je met me trouwen?” Ze lachte maar wilde niet met me trouwen. “Mag ik dan een foto van je maken?” “Nee!” Er klonk opeens gedreun en ik zei: “de buurman!” “It’s the boss” respondeerde ze. “Hoeveel minuten heb ik nog?” “Vijf” “Ik wil een foto van je kont maken, zonder je gezicht erop, is dat oké?” “Daar ga je je dan thuis zeker mee afrukken?” “Nee”. ¨Doe dan maar.¨ Maakte een foto van haar kolossale billenpartij en vroeg of ik haar dan wel mocht kussen. Toen deed ze deftig haar linkerwang in de aanbieding. Wat een heerlijke linkerwang! Ze voelde oprechte sympathie voor me en toen ik de trappen weer afdaalde terwijl ze boven bleef staan zei ik: “wat woon je hier leuk; kan ik hier niet een kamertje huren?” Zal de schaterlach die hierop weerklonk nooit vergeten.

26. Piet en ik waren de duinen ingegaan tegen het middaguur, gooiden magische paddenstoelen in onze mik en namen wat bier mee. In de avond in het centrum van Haarlem dronken we verder, na middernachtelijk uur besloten we naar mijn woning te gaan. De paddenstoelen waren nog enigszins werkzaam, hielden ons wakker en rond 02.30 uur zei Piet opeens: “Zullen we een escortbureau bellen?” Bekaf zei ik: “ga je gang, ik speel niks meer klaar maar het is een leuk idee”. Hij op internet speuren, iets in Amsterdam vinden en ja hoor, twee meiden zouden bij ons worden afgeleverd. Binnen het uur kwamen ze en ik viel bijna van mijn stoel toen het tweetal de woonruimte betrad: wat een schoonheden! Piet, gretig, koos meteen voor de jongste blonde en meest verlegen meid met geprononceerde borsten. Ik voelde me geenszins gekrenkt hierdoor; zou de andere oudere spraakzamer dame nooit ‘second best’ durven noemen. Ze vonden ons maar vreemd. Twee uur zouden ze blijven; 125 euro de persoon het uur. Een aardige som geld dus en om dan te gaan keuvelen over onbelangrijke zaken? Op een gegeven moment zei mijn kortstondige minnares: “show me the bedroom”, wat ik deed, terwijl Piet met zijn schone een ander vertrek in dook. Koud dat het er was! Ik had in de winter geen verwarming aan. En stoffig was het ook! Ik was niet zo proper. Maar goed, mijn escortvrouw van rond de dertig ontkleedde zich en begon me direct te pijpen. Moest denken aan vele jaren terug toen ik het te betalen bedrag wilde laten slinken in onderhandeling; nu betaalde ik het tienvoudige voor een afblaasjob: stop maar schat, kom naast me liggen, ik wil weten wie je bent. Waarop ze me, liggend in mijn armen, vertelde dat ze uit het Oostblok kwam en daar een dochter had; ze wilde in korte tijd veel geld maken om terug te gaan en haar verzorging en schoolgaan te bekostigen. Ondertussen zag ik aan haar gezicht dat ze me maar een vreemd ventje vond: 250 euro’s betalen om de welzijnswerker uit te hangen en te luisteren naar haar verhaal? In mijn goedertierenheid heb ik haar toen toch maar even gebeft. Dat mocht wel. Zoenen niet. Zoenen was verboden, tegen de code van de mannen die beneden in de auto stonden te wachten en na een uur belde of alles nog pluis was met de dames. Pluis? Nogal, hatsjie, dank U wel! En ze was erg lief. Het was mij genoeg af en toe aan haar stevige borsten te zitten terwijl ze haar hart met me deelde. “Next time not so much drinks!”, zei ze me; ze leefde werkelijk met me mee. Dus ik zei: “when do you wanna marry me?” Ze lachte heel mooi toen opeens Piet in de deuropening verscheen met de woorden: “wij gaan weer de huiskamer in man, het is hier barstenskoud!” De buiklach ontsproot uit mij en tegelijk spijt dat het nu over was; dankbaarheid ervoer ik ook. Het feit dat mijn overeenkomst met deze vrouw puur zakelijk was verhinderde geen gevoeligheid en affectie tussen ons. De motivatie voor betaalde seks was nu eens werkelijk liefde. We rookten nog een sigaret tezamen in de huiskamer en ik wenste haar veel geluk met haar kind. Daar gingen de schoonheden weer. Heb de volgende goddelijke dag het gewaagd in mijn dwaze onschuld een kort doch kernachtig verslag hiervan per email naar wat familie en vrienden te zenden. They were not amused. Uiteindelijk is hier ook de langdurigste vriendschap van mijn leven mee geëindigd. Gebrek aan liefde? Ik zag veeleer een teveel aan moraal die andermans leven wil bepalen.

27. Betaalde liefde wordt door nogal wat mensen veroordeeld om verschillende redenen. Echter niet door de hoer en de hoerenbezoeker, die zijn het gedurende de duur van een overeenkomst eenvoudig eens. De nacht dat ik voor het eerst in mijn leven betaald wipte zag ik dat het verschil tussen een huwelijk in gemeenschap van goederen, vaak gevolgd door scheiding en alimentatieplicht, en een gang naar het bordeel louter en alleen ligt in de duur van de overeenkomst; in beide gevallen is er sprake van betaalde liefde. Met dit inzicht verviel het verschil tussen de beschaafde wereld en de zelfkant van het bestaan; de drang om naar de hoeren te gaan heeft zich sindsdien niet meer voorgedaan.

28. In het DNA ligt de animale lust in rust, dan komt er een schoonheid in zicht en heeft het beest zich opgericht. Omdat het aantal schone vrouwen ontelbaar is en aanhoudend wordt ververst komt hier geen einde aan; zo kan de jager moe worden van de jacht. Dan kan het gebeuren dat, door de dagen wijs geworden, het beest zich onderschikt aan de geest die de natuurkrachten overziet en liever vrede bewaart dan steeds dwangmatig op jacht te moeten gaan. Niet onderdrukking maar onderscheidingsvermogen zet vrij.

29. Reminiscenties, vrouwelijke verschijningen die doen denken aan vlammen van weleer, ze blijven langskomen in het openbare leven. Een trek in een tronie, een vorm van een gestalte of de lichaamstaal van een loopje of handgebaar kunnen de geliefde van vroeger dagen terug de actualiteit in roepen. Niet zelden meen ik daarbij dat de fysionomie, de leer die stelt dat het uiterlijk van de mens veel over de persoonlijkheid vertelt, vaak lijkt op te gaan. Herken ik I in een magere gestalte dan draagt de vrouw ook in veel gevallen vintage kleding en toont wat schuw en introvert. Zo zie ik kleine fragiele gestalten met zwart haar ook vaak donkere kleding dragen zoals J altijd deed en zich schichtig door het straatbeeld bewegen. Als iemand dit alles heeft georganiseerd kan ik denken dat de gestalten die aan oude vlammen herinneren mij in de gelegenheid stellen onverwerkte zaken alsnog te beleven en te verwerken, daarbij het idee verliezend dat er ooit iets werkelijk verloren gaat dan een zekere vorm en de ingebeelde gebondenheid eraan. Ik zie wel intelligentie, een organisator zie ik niet.

30. Alcohol, daar groeide ik mee op. Het kostte me wat jaartjes in te zien dat je met alcohol zaken kunt onderdrukken die gezien willen worden en zaken sterker maakt die niet belangrijk zijn. Voor mijn ouders, die seks niet konden genieten omdat het mijn moeder in haar jeugd is misbruikt, was alcohol en veel tabak een goed alternatief. Dit is in mijn opvoeding nooit verdacht geweest. Pas toen ik in mijn twintiger jaren over mijn moeders vermaledijd verleden vernam was het terstond interessant te zien hoezeer alcohol en rook ook voor de 7 kinderen beschikbaar waren zolang het maar niet over vleselijke intimiteit ging. Ik had hun kerk al verlaten; ik verliet hier ook de moraal. En zag, ondertussen gewend aan alcohol en wetsovertreding, dat ik bij een kater geiler dan ooit was.

31. Een kater vinden terwijl het je om het poesje ging.

32. Herinner me de puberteit van mijn verlegenheid naar meisjes. Ik werd bijkans gek van verlangen naar de objecten die ik vreesde. Van huis uit leerde ik preuts te zijn en om mij heen toonden de meisjes zoveel van hun vleselijke parelen. En toen, op die gedenkwaardige dag, kwam de onvergetelijke biologieles. Voor de klas stond een lerares die fel het woord nam. Ze richtte zich tot alle meisjes. Ze sprak getergd, leek zelfs boos, zei dat het misdadig was zo te koop te lopen met hun lijven om vervolgens jongens af te wijzen. De seksuele revolutie was nog maar net begonnen en van burka´s hadden mijn klasgenoten en ik nog nooit gehoord, toch wist ik meteen dat dit opmerkelijk gebeuren voorgoed in mijn ziel was bijgeschreven.

33. Ze liep daar gewoon. Mooi te zijn zonder het te weten. Zonder te beseffen dat ik keek. En ik wist, binnenkort is ze ouder, binnenkort weet ze hoe anderen haar zien en is het gedaan met het wonder. Dan zullen haar lijf en haar besef van haar schoonheid gescheiden rond gaan, dan kent ze zich als vleesparade, steeds wetend dat er naar haar gekeken wordt. De schoonheid van de vrouw is goddelijk. Maar als het meisje haar onschuld verloren heeft aan zelfbewustzijn is er een handel gestart, is het wonder daaronder verborgen. Echte mannen weten dat en vinden, in liefde, het meisje en wonder in haar terug.

34. Moest ik in vroeger dagen de deur uit om erotisch materiaal ter verhoging van de lust te verkrijgen, met de intrede van het internet en de aanschaf van een computer was dit niet meer nodig. Kon het nu gewoon binnenhalen, ´downloaden´ en ik had het. Mijn goedheid, wat een overdaad meteen! Ik begon een verzameling aan te leggen van de meest mooie vrouwen. Te beginnen met Anna Kournikova, die best wel een tennisballetje wist te slaan maar meer furore bij de heren leek te maken door haar verschijning op zich. Ik had een inbelverbinding; als ik een thumbnail aanklikte bouwde de grote versie van de afbeelding zich langzaam op het scherm op. Och jee, ik werd erg gretig, wilde mooie meisjes van alle werelddelen en rassen op mijn harde schijf hebben. Daar ging flink wat tijd in zitten. En langzamerhand werden twee feiten duidelijk die de zin van deze onderneming ondermijnden. Allereerst besefte ik al snel dat mijn dorst naar digitale schonen onlesbaar was en de voorraad oneindig. Mijn verzameling zou nooit compleet kunnen worden, de dorst nimmer gelest, en de natuur bleef maar overvloedig de fraaiste schepselen afleveren bovendien. Vervolgens werd me duidelijk dat het verzamelen mijn drift bepaalde, en dat de aandacht voor de reeds opgebouwde en alsmaar groeiende verzameling uiterst miniem was en zou blijven; het jachtinstinct won het van tevreden zijn met de oogst. Deze twee feiten hebben vaker tot het moment geleid dat ik mijn verzameling vernietigde om mij van een psychologische onmogelijkheid te bevrijden. Totdat het jachtseizoen weer opende…

35. Rank en slank, daar hield ik van. Tere meisjes, daar viel ik voor. Ook in mijn digitale speurtocht. Maar hier kwam een zekere kentering in nadat ik via Tumblr op zogenaamde Thinspo-sites kwam. Thinspo is afkorting van thinspiration, samenstelling van thin en inspiration. Deze sites toonden foto´s van veel te magere meisjes, vaak ook afbeeldingen van meisjes met krassen op de huid en teksten vol trots dat er dat etmaal slechts één wortel was verorberd. Dit stoorde mij. Ondertussen, dat hielp, had ik belangstelling voor de vintage ladies ontwikkeld, die nog lekker in het vlees zaten en aldus op de gevoelige plaat waren vastgelegd.

 

36. I was de mooiste. Langdurig, vele jaren. Een vriendin verliezen deed altijd pijn maar I verliezen leek een onmogelijkheid. Ik was al flink aangeschoten toen ik nog eens besloot op het fietsje te stappen naar centrum Haarlem, het Jeltes Café. Daar kwamen de kunstenaars, werd gefluisterd. Daar kwam ook I die avond. Ik vond haar smoeltje uiterst verleidelijk. We kwamen in gesprek. En het duurde niet lang of we stonden te dansen. Wat een leuke meid. Ik wist nog niet dat ze mijn leven langdurig zou bepalen. Hoe kon dit? Het kon. Ik vroeg het ranke vrouwtje of ik met haar mee naar huis zou gaan. Ze zei ja. Mijn hart veerde op. Wat een pracht! De kroeg zou sluiten. Ik had moeite mijn fiets te vinden, o ja, daar was ie. We liepen naar haar huis. Ze had wel drie kinderen, waarschuwde ze me. Geen probleem, zei ik. We liepen naar haar huis en ter hoogte van de Botermarkt knapte bijkans mijn blaas. Even wildplassen. Fiets tegen een boom, mij geledigd tegen een andere. Dat luchtte op. Maar waar was zij? Waar was ze?! Ik voelde even iets van paniek, dat de hele avond voor niets was geweest, totdat haar guitig bekkie weer verscheen. Schitterend! We gingen verder, sprekend over het maakte me niet meer uit, want weldra zou ik mijn lijf tegen het hare aan vlijen. Zo geschiedde. In dat grote huis. Ik wist niks van haar en op de benedenverdieping, te beschonken voor seks, lagen we. Wat een wonderschoon teder kontje voelde ik! Ik had de hemel bereikt. Ik zou haar nooit meer verlaten. We vielen in slaap. De ochtend erop maakte ik kennis met één van haar dochters, R. Die werd me daar hysterisch en schreeuwde: ¨Mij altijd vertellen dat ik niet de eerste de beste mee naar huis moet nemen en jij ligt hier met een wildvreemde!!!¨ Als dat maar goed zou komen.

37. De volgende morgen naar de schoonouders. Het was meteen een serieuze zaak. Nou ja, haar vader was al dood maar moeder leefde met een man uit Hongarije of elders, dat weet ik niet meer, en daar gingen we heen. Ik zei tegen I meteen, dat als ik een deugdelijk ding had gedaan in haar ogen, ik het recht had verworven even naar haar billetjes te mogen kijken. Ze was het hier volstrekt mee eens. Dus ik leefde in die tijd zeer deugdelijk zodat ik het meest verlangde aanzicht vaak tot mijn beschikking kreeg. I zei dan dat ik een goede daad had verricht en deed vervolgens bereidwillig even haar broekje omlaag.

38. Zoals dat gaat met zeer verlangde objecten: het gaat tegen je werken. Ik dacht dat ik van haar hield maar ik wilde haar lijf, niet haar tegenspraak en eigen wil. Ik vond dat ze mijn levensinzicht als genade diende aan te nemen en zij besloot op een nacht een of andere bankier van zaadcellen te bevrijden. Ik stond in die tijd droog omdat ze last van mijn alcoholgebruik had en zij was aan de drank en vreemd gegaan om dit later als een dienst van compassie naar de bankier toe aan mij voor te stellen. Ik voelde me knap belazerd dat die compassie niet aan mij besteed was geweest en besloot weer voor de drank.

39. De eerste keer dat ik intiem met een vrouw verkeerde was buitenaards en onherhaalbaar. In het ouderlijk huis, waar vriendinnen naar mijn gevoel ontraden werden, was er dan toch de situatie dat J met me mee naar zolder ging. Ik had een vriend die vond dat ik zijn vriendinnetjes had afgepakt, dit was de eerste. En dit was ook de eerste keer dat mijn lid bij een vrouw naar binnen mocht. Goddelijk! Het werd geen neuken, geen op en neer, alleen dit wonder. Twee of drie maanden later kwam de notie die me liet weten: dit is niet mijn vrouw, ik moet afscheid van haar nemen. Ik kon het nog niet. Toen ging haar oma dood. Na de begrafenis, toen ze toch al verdrietig was, kon ik het wel. Leek me goede timing.

40. A, dat was het tweede vriendinnetje dat ik van mijn vriendje stal. Een supergeile meid, dat moet gezegd. Afhankelijk ook, dus ik kon altijd bij haar terecht, wat mijn juist ontluikende seksualiteit gretig aanvaardde. Verwend nest kijkt echter al snel verder. A werd te makkelijke prooi. En A had thuis een vader zitten die iets van A´s levenslust, of gebrek eraan, verried: haar vader was in de tweede wereldoorlog gefolterd, maar dat niet alleen, nee, hij was ook gedwongen geweest anderen te folteren. Ik heb hem doodstil zien zitten in die donkere huiskamer bij haar thuis. Ik wilde er nooit meer zijn.

41. Mannelijke waardering voor de schoonheid van jonge vrouwen en meisjes is in verdacht licht komen de staan als gevolg van toenemende berichtgeving over pedofiele geheime praktijken die de kwaadaardigheid van het lustig oog blootleggen. In vroeger dagen gingen vaders met hun kind in bad, na Dutroux lag dat opeens veel moeilijker. Als er wat kinderlokkers op schoolpleinen zijn gesignaleerd is het voor een man opeens lastiger even neer te zitten op een rustbankje tegenover een schoolplein. De onrust is begrijpelijk maar het is niet goed als mannen zichzelf op dit punt verdenken als ze genieten van mooie meisjes op straat. Tienermeisjes ontroeren, deze schoonheidsbeleving is oprecht, maakt van de man geen smeerlap maar een zachte ziel die kracht in liefde kent.

42. Miroslav Tichy had eigen camera´s gebouwd en maakte er heimelijke meestal vage foto´s van vrouwen en meisjes mee. Velen ervan vind ik prachtig. Voyeurisme kent een ieder die wel eens schalks een ander bekijkt. Wat me doet denken aan het tijdperk vóór de digitale camera toen ik als jongeling op het strand lag, mijn pocketcamera verborgen onder een handdoek, om foto´s van meisjes op een trap naar een strandtent te schieten. Ik meende dit onopgemerkt te kunnen totdat een kerel me opmerkte, heel hard begon te lachen en schreeuwde, wijzend naar mij: ´Miami Vice!´

Miroslav Tichy

43. Akt-fotografie, dat het naakt model als thema heeft, laat mij als kijker beleven waar smaakvolle sensualiteit overgaat in grovere lustgevoelens, waarbij de artistieke vormgeving er opeens veel minder toe doet. Vanzelfsprekend heeft de fotograaf dezelfde grens gevoeld, velen blijven ervoor, anderen gaan er dik overheen. Wanneer wordt kunst porno? Of bestaat zo een exacte grens niet en kan porno kunst zijn? Alle kunst die ik ooit genoot stond in het teken van de Ene Paringsdans, die van de dualiteit waarbinnen van alles gebeurt, dat schoonheid kent en tegelijkertijd aan verval onderhevig is. Iedere kunstvorm raakt aan dit mysterie.

44. Schoonheid is een projectie van de geest en wordt toebedeeld aan objecten. In wezen echter is de schoonheidsbeleving zonder die verdeling, als de ziener en het geziene versmolten in enkelvoudig zien is.

45. Geilheid, de term, heeft mij jarenlang doen verstaan: opgewonden en stevige zin in seks. Tegenwoordig klinkt dit anders in mijn oren, ruimer, ontdaan van calvinistische complexen of die van andere brave moraalscholen met achterdeurtjes van de verboden praktijken. Geilheid is de knop van leven die wil uitslaan, de liefde die zonder geweld iedere ziel weet te bereiken. Geilheid is de heiligheid van de diversiteit in interactie met zichzelf.

46. Seksuele energie is prachtig, maar roept ook veel angst op. Ze maakt alles mogelijk, maar ook verkrachting. Ze is heilig en gevaarlijk tegelijk. De geschiedenis van de mensheid heeft er van alles bij verzonnen om de energie te temmen maar getemd is ze nooit. Geen burka of tantra heeft geholpen het oorspronkelijk mysterie dat de erotiek is te beteugelen, ze is volstrekt wild en vrij gebleven. In wie haar onderdrukken barst ze later in kwaadaardige hevigheid los. Wie haar toestaan in alle vormen leren tenslotte de zachte erotiek van twee bejaarden, hand in hand.

Fotograaf onbekend

 

 

Geplaatst in Geen categorie | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Internet uit, uit het internet

De dag dat ik op een computer thuis voor het eerst contact met het internet kreeg voelde ik de schrik om mijn hart slaan, het leek alsof dat beeldscherm aan me zoog, me naar binnen wilde slurpen, en hoewel ik zojuist een nieuwe aanschaf werkzaam had gekregen voelde ik dat er bij me werd ingebroken.

In deze dagen, decennia later, zie ik overal wat ik toen moet hebben gevreesd: het internet heeft ongeveer iedereen in de greep. Als het woord matrix valt denk ik tegenwoordig vooral aan het internet en de ontelbare geconditioneerde hersenpannen die menen onafhankelijk te kunnen denken.

Ik verbeeld me niet dat mijn verbeelding vrij is van die conditionering. Soms word ik er wel een episode depressief van, meer plezier ken ik als ik creatief ben en in het creatieve proces ontdekkingen doe die niet tweedehands zijn.

Vandaag voelde ik vooral teleurstelling omdat ik zwaarbewolkt conditioneringen en gewoonten te constateren kreeg. Das niet gezellig en ongepland; je kan er niet omheen. In die toestand heb ik foto´s van de afgelopen twee dagen geselecteerd en er van de ruim 300 nog 33 over. Als ik selecteer met goed gemoed houd ik altijd meer over en ga ik flink fotobewerken. Niet vandaag, een somberder oog is streng rechter bij twijfelgevallen: weg ermee!

Het internet heeft voor een ieder wel iets verslavends, omdat het feitelijk alles te bieden heeft. Hoe kan het dan een dief zijn? Internet verdeelt. Internet is de hersenpan van de mensheid en geeft aldus een vals gevoel van intimiteit. De afspiegeling heeft de werkelijkheid vervangen.

Ik constateer deze dagen: ik voel dat ik mensen niet vertrouw, maar dat is ontstaan via het internet, want als ik een mens voor mijn neus heb is er in beginsel vertrouwen totdat onwelgevallig gedrag om een andere benadering vraagt. Internet verdeelt, werkelijk ontmoeten heelt. Als ik iemand niet vertrouw dan vertrouw ik mijn geloof in het beeld dat ik van die ander heb niet, en dit is volslagen terecht! Heb ik iemand voor mijn neus dan loopt communicatie over het algemeen naar wens, wat betekent: vriendelijk en inlevend.

Internet een week niet gebruiken, das mijn idee. Zien wat er gebeurt, waar de verklevingen zitten. Alternatieven voor de hang naar het internet versterken.

Besluit met een serie foto´s.

Geplaatst in Geen categorie | Tags: , | Een reactie plaatsen

Een boom opzetten

DSCN8120

De boom staat en het is een pracht. Alleen zilver dit jaar, geen gekleurde ballen of slingers. De vijfde keer dat Karin en ik samen de boom optuigden. Ben alweer vier jaar en een maand in Ierland. We grapten in aanloop naar gisteren, toen we de kerstspullen van het zolderruim haalden: ¨zullen we een boom opzetten.?¨ Flauw woordgrapje natuurlijk, maar daar bezigen we er veel van en het verveelt ons niet, al spelen we graag van wel. Hoe slechter een grap. hoe beter vaak. Komt door het theater, de branie en de gekkigheid die erbij komt kijken. We spelen constant jury over elkanders vondsten en er worden veel onvoldoendes gescoord.

De kerststal is een kant en klaar geval met gefixeerde beeldjes. kan zo neergezet worden en werkeloos ben je. Maar ik vind het onbevredigend. Ik denk aan de kerststal in ons ouderlijk huis. In de voorkamer werd een langwerpig tafeltje, van ik schat zo een 60 bij 120 centimeter, door mijn vader en de kinderen geheel ingericht met kerststal en een stuk land eromheen. Daar liepen porseleinen schaapjes en de drie koningen kwamen er aan. Hun pad bestond uit kleine scherven van aarden bloempotten en het land werd gevormd door vers mos dat we uit een bos in Vogelezang hadden gehaald. Vanzelfsprekend namen we dan ook meteen dennentakken mee om achterin de stal op te steken. Boven de kerststal hing een niet te grote goudkleurige ster van karton, in de lucht gehouden door een dun koordje, en vlak daarbij zweefde ook een engeltje. In de weken voor Kerst, na het avondmaal, togen we naar de kerststal en daar werd dan een sterretje in de voorpui van de stal gestoken en tot ontbranding gebracht. Dan zongen we een kerstlied en wisten we dat geluk bestond.

Ik had het Karin ergens al aangekondigd: de kersstal wordt dit jaar aangekleed volgens de goede maatstaven van mijn vader die er zichtbaar altijd plezier in had het tafereel te creëren. En de kerststal staat hier op een breed kastje, ruimte genoeg voor decorbouw met natuurstukken. Ik moet ergens nog wat beeldjes voor buiten de stal op de kop zien te tikken. En oh ja, de stenen die rotspartijen op het tafeltje maakten had ik nog niet genoemd, en ook niet het engeltje met fluit dat pirouettes draaide aangedreven door een waxinelichtje dat een propeller onder de engel in beweging zette. Vandaag waren Karin en ik in Cork met stralend weer en hield mijn Lief halt in de schemering bij een etalage met kerstspulletjes, en verdraaid, daar ging weer zo een goudkleurig engeltje in de rondte op basis van hetzelfde principe! Tijd bestaat dan niet.

Als Karin en ik een boom opzetten hebben we het vaker over ponskaarten. Ponskaarten? Ja, ponskaarten. Die term wierp ik op nadat Karin verslag had gedaan van weer eens dezelfde gedragspatronen in de winkel waar ze werkt, de voorspelbaarheid van opmerkingen en attitude vaak, en ze me toonde dat het haar vermoeide. Ik had gezegd dat ze, als ze dit niet kan veranderen, dit maar beter als een feit kan aannemen, dat soort mensen als voorgedrukte ponskaarten kan beschouwen waarbij je eenvoudig het programma moet kennen om er effectief mee om te gaan. Creativiteit kun je dan alleen van jezelf verwachten, en als je die hebt speel je jezelf vrij van ieder bezwaar.

Ik heb vandaag een hoop cadeau´s gehad. Ik wilde heel graag een grote tube witte acrylverf hebben. Na een heerlijke Japanse lunch in centrum Cork kochten we deze in een winkel met twee verdiepingen voor de creatieve mens van allerlei insteek. Ik heb veel naar mijn schilderwerk gekeken en gevoeld dat ik meer licht in mijn werk wil hebben. Voor het eerst sinds ik in Ierland ben een nieuw setje nylon snaren voor de klassieke gitaar, yes! Een muis (de laatste sneuvelde) voor twee euro voor de computer, Karin zegt dat goedkoop gauw stuk gaat maar ik wilde het zo en zal iedere avond bidden dat het heel blijft zodat ik deze wedstrijd van Lief ga winnen. Op zeker moment waren we beland in de ruim gesorteerde boekhandel Waterfords. Karin zag het boek ´Zen, The Art of Simple Living´ en wilde het wel kopen, ik had net ´Free Will´ van Sam Harris in mijn handen genomen. ¨Wil je die kopen?¨ had Karin gevraagd. ¨Ik heb geen keuze¨, had ik geantwoord. Ook deze is afgerekend.

Ik weet dat er nog meer cadeaus waren maar zoals dat gaat met verwende jongetjes: die weten niet meer wat ze kregen. Ja, ik voel me verwend, en niet alleen vandaag. Ik heb feitelijk alles dat ik begeer. Als het niet genoeg is, is er iets fout met wie het onvoldoende acht. En Karin kent mijn waanzin wel en grijpt in als het te gek wordt. Als het goed gaat voelt ze vertrouwen en is er meer ruimte in haar en ons. We praten graag over ´elkaar de baas zijn´, want hier speelt zich ons spel af dat fout gaat als we het te ernstig nemen. En dat kunnen we allebei bij tijd en wijle. Dat zijn onze ponskaarten. Tis wel leuk die buitenwereld, maar hoe zit het eigenlijk met ons? Daar zetten we graag een boom over op. Dan denk ik aan hoe mijn ouders dit deden en lijkt er geen verschil. Dat is het fraaie van hier en nu wakker zijn: er wordt genoten van associaties zonder te verlangen dat een andere tijd het heden overneemt.

Karin en ik lijken in meer opzichten op mijn moeder en vader. Mijn vader maakte zich niet al te druk om de toestand van het huis dat ze bezaten. Mijn moeder vond het een onderwerp van jewelste en liet geregeld haar oog op achterstallig onderhoud vallen, haar gedachten niet onder stoelen of banken stekend. Ik maak ongetwijfeld in deze gebruik van enkele van mijn vaders handigheden zonder dit zelf te beseffen. Dezelfde ponskaart in grote lijnen, verschillend in nuances. Karin geeft veelvuldig aan dat ze het huis dat wij huren maar een hoop vindt mankeren. Vind ik ook, maar er wonen geeft me meer plezier dan frustratie. Daarin lijk ik op mijn vader, Karin op mijn moeder. Het afwijkende van dit patroon is nu te vinden in mijn visie op de schooltassen van de kinderen: als die rondslingeren dan hoor ik in mijn eigen klagen mijn moeder, en in het gemak waarmee Karin dat opvat zie ik eerder mijn vader.

Karin en ik hebben ernstige crises beleefd en ik zie onze voortzetting nu vooral in het Licht dat alle vormen mogelijk maakt, waaraan ik het Kerstfeest in mijn hart verbind. Los van religieuze overtuigingen zie ik dat zowel Karin als ik vaste standpunten in Liefde loslieten. Ik heb veel vriendinnen gekend en ze hebben mij allen ondervonden als iemand anders, als iemand om je mee te meten, en dat ging steeds weer mis. Of ik was beter, of ik was slechter, maar goed was het nooit. Tis deze psychologie, deze ponskaart, waarvan Karin en ik de gaten in elkander hebben leren lezen en waarderen als integraal onderdeel van wat Liefde wekt. In goede en in slechte tijden, hulpeloos. Je hebt elkaar, maar niet als er ruzie is en dan komt het er werkelijk op aan of de ponskaart of zien zelf de boventoon voert. Zonder ponskaart is niets mogelijk, oprechtheid over de ponskaart maakt leven zoveel makkelijker. Daar heb je geen vrije wil voor nodig, wakkere intelligentie gebiedt dit in iedereen.

DSCN8385

Ik kreeg ook een schrijfschrift. Zwart gekaft en met alle kleuren van de regenboog op de papierranden als het schrift dicht ligt. Het papier met lijntjes, lichtgeel. Voor de poëzie, heb ik Karin gezegd. Weer in handschrift werken. Weg van het scherm. Weg van internet, de wereld en de associaties ermee. Back to basic. Simpel. Wat niet nodig is niet nodig hebben. Niet als nieuwe opdracht, maar als ongecompliceerd zijn reeds. Wat alleen in oprechtheid kan bestaan. Daar gaf niemand opdracht toe voor zover ik weet, zonder oorzaak toch goed te herkennen. Als ik schrijf, wat ik lang niet deed, raak ik altijd weer aan de stilte die niet aan te raken is. De biecht is aan geen kerk gebonden, oprechtheid is gezondheid voor een ieder, ongeacht geloof of ongeloof.

Als ik zo ga slapen, dan ga ik de droomloosheid in die het lichaam verkwikt en intelligenter is dan alles dat ik conceptualiseren of bedenken kan. Ik heb geen bewijs van of voor God nodig om te weten dat dit Niets het altaar van al mijn dromen is. Niet om eeuwig in vorm te worden, eenvoudig om zonder vorm de tijd te verliezen. Verkwikkend.

DSCN8387

 

 

Geplaatst in Geen categorie | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Waarde Thomas,

   Deze nacht wat woorden tot jou gericht, om je te bedanken. In de dagen, —alweer geruime tijd terug—, dat ik naar Nederland spoedde, getergd door relatiecrisis en dakloosheid, verleende jij me onderdak waar mijn familie dit af liet weten. Ik weet dat je me graag ziet verschijnen, ook besef ik dat je privacy van groot belang voor je is, maar je zette je eigenbelang opzij om mij ter dienste te zijn. De ruimte die je me bood, alsmede toegang tot je computer en internetverbinding, heeft het mogelijk gemaakt de crisis het hoofd te bieden en de relatie met mijn vrouw te redden. Dit stemt mij nog altijd diep dankbaar.

  Onze vriendschap is ondertussen van lange duur. Een broer van mij, die graag in teksten aan de liefde refereerde, heeft zich wel eens in mijn aanwezigheidheid hardop afgevraagd waarom ik contact met je onderhield. Hij had blijkbaar zo zijn oordelen. Mijn antwoord aan hem toen was eenvoudig: Thomas is een goede vriend en als onze communicatie niet naar wens verloopt dan zeg ik dat contact op voor dat moment, niet de vriendschap. Mijn broer kent die optie blijkbaar niet, heb ik ondertussen mogen leren, want hoewel hij nog altijd van liefde spreekt kom ik zijn huis niet meer in. Hij, die je oordeelde, laat me zonder probleem verkleumen in nachtelijke kou, regen, parken en portieken; jij, die niet deugt in zijn ogen, opende voor mij steeds weer de deur.

  Weet je nog hoe oud je was toen we voor het eerst ontmoetten in het Jeltes Café te Haarlem? Je deed op dat moment een economische opleiding waar je geen zin in had, maar je wilde je ouders niet teleurstellen. Niet lang daarna was het met die opleiding gedaan. Ik had speciaal plezier in jouw opmerkingsgave die ik als uniek ervoer, toen al, en dit is altijd zo gebleven. Je was snel en adrem, voor langdradige verhalen leek je weinig tijd te hebben. Je was grensoverschrijdend en werd wel eens de kroeg uitgezet. Men was er bijvoorbeeld niet van gediend dat je in de kunstkroeg na middernacht en in vol betoog enkele schilderijen van de muur haalde. Ik vond het leuk.

  In die tijd rolden er nogal eens inzichten van mijn tong die ik omkleedde met aardige zenverhalen of anekdote´s uit andere spirituele tradities. Zoals je weet bleef dit steeds weer van belang voor mij, de spirituele weg, hoewel ik reeds vaker zei dat er geen weg was en dat de werkelijkheid hier moet zijn om werkelijk te zijn. Toch zat ik nog vol mentale omwegen om hier te komen, maar het klonk je goed in de oren en je vertrouwde mij. We ontmoetten elkaar ook buiten de kroeg en tijdens drinksessies in jouw of mijn woning zochten we beiden de grenzen op. Als dit tot niets dan dronkenschap leidde werd de zitting opgeheven, niet de vriendschap. Was er een avond onmin geweest dan was dit de erop volgende keer als sneeuw voor de zon verdwenen. We bleven genieten van elkanders humor in deze onverdraaglijk normale wereld en je originaliteit en creativiteit is immer herkenbaar voor mij gebleven.

  De spiritualiteit is voor mij gevallen. Het is een leeg vat gebleken. Het was vaak een kapstok voor onze gesprekken en dat was prima, wat nu prevaleert is niet spiritualiteit, niet autoriteit, maar de reeds genoemde originaliteit en creativiteit. Vanzelfsprekend waren in onze gesprekken inzichten van kracht die blijven gelden, hun spirituele status echter is wat mij betreft verloren gegaan. Dat diegene die een gedachte of denkproces waarneemt niet die gedachte is klopt in zekere zin, maar als die gedachte of dat denkproces jaar in jaar uit terugkomt kan die blijkbaar niet met het etiket ´illusie´ worden afgedaan. Hierin treedt de aanvaarding op die de spirituele zoeker zocht in het stilleggen van het denken, wat nooit lukte: de gedachte mag er zijn, hoe zot ook. Dan wordt er geen verdeeldheid gezaaid die vervolgens moet worden opgelost via zelfkastijding. Helemaal niet nodig.

  Om kort te gaan Thomas, mijn leven, en dus ook onze relatie, is simpeler geworden. Wat mij betreft mag je alle spirituele onderwerpen aanbrengen wanneer je wilt, mijn response zal zich niet meer baseren op wijsheidsboeken, tenzij toevallig een citaat eruit juist is en past in ons gesprek. In alles zal voor mij de nadruk liggen op wat ik die eerste dag van ons ontmoeten zo krachtig en evident in je waardeerde: originaliteit en creativiteit. Daar was toen, daar is nu geen spirituele zuivering voor nodig, en ik ben zeer verheugd je dit in dit schrijfsel uit de doeken te hebben gedaan.

  Ik zie er naar uit dat wij weer gaan ontmoeten in Nederland. Als vanouds, omdat we dit beiden zo willen, niet omdat crisis mij ertoe zette. Dan zal ik waarschijnlijk weer huilen als je het klavier beroert, of schateren zoals niemand me kan laten schateren. Als het gesprek uitgevloeid is hangen we wellicht weer wat behang- of pakpapier over deuren om er eens flink met kwast en kleur overheen te gaan. Dank voor je liefde, tis wederzijds,

  Joost

.  

Geplaatst in Geen categorie | Tags: , | Een reactie plaatsen

Keltisch geluk

Het kan niet op, rode wijn en wiet, waarlijk Hollandse luxe met de Keltisch harp van Alan Stivell weerklinkend in een verwarmd huisje in het groene Ierland. Karin komt, juist nadat ik de zin hierboven geschreven heb, nog even langs voor een nachtkus, staat met een warmwaterkruik voor me en wrijft dan in haar handen zeggende:
¨Lippie zit hier gezellig hè? Ach, tis zo knus!¨ Haar betoverende lach maakt me wat verlegen, ik krijg een knuffel, ze spreekt haar liefde uit en ik hoor het fluisterend ´we hebben het goed hè´ in mijn oor. Ja vrouw, heel goed. Ik zeg je: ¨De eerste zin, zojuist geschreven, heeft precies de sfeer die je me nu ook laat voelen.¨

Vanavond samen door het duister rond de lagoon gewandeld. Fris, ongeveer geen wind, aangenaam. We hadden ons goed aangekleed. We spraken over de verandering van perceptie door de wiet. Karin had eerder deze week aangegeven dat aan een moment in de tijd denken betekende dat ze er ook even helemaal was. Eigenlijk heeft ons inbeeldingsvermogen altijd die invloed op ons gestel en al dan niet welbevinden, maar na een wietje zie je de implicaties van iedere gedachte veel explicieter.
¨Wat is die mind toch een lastpost, jééétje!¨, zei je op een gegeven moment. Waarop ik je vertelde dat ik gisterenavond de keuze had: of me opwinden over wat te doen, of eenvoudig op de bank gaan liggen. Activiteiten werden toenemend gecompliceerd maar toen ik eenmaal lag, niets hoefde, ontspande de boel zich binnen de korste keren. Ik keek naar de lamp aan het plafond, langdurig, en zag gedachten met hun suggesties komen en gaan. Zag vooral dat niets blijven kan, en dat juist dit besef dit moment zo levend doet zijn. Na thuiskomst, —je zat in de keuken aan tafel—, zei je opeens weer iets waaruit bleek dat je de geestelijke activiteit van buitenaf bezag in plaats van ermee verweven te zijn. Dan voel ik zoveel blijheid. Dan voel ik onze oorspronkelijkheid. Dan weet ik dat heel gewoon zeer speciaal is.

tumblr_6e9ce1af89e9ad838410d40171ae8b7f_2b105137_1280

Alan Stivell laat me iets moois beseffen. In Nederland mocht ik, in mijn puberteit reeds, graag iets van hem horen. De wedergeboorte van de Keltische harp, dat was toen al het album van hem dat me zo boeide. Ik droomde dan van Ierland, het groene landleven, de trollen en de romantiek bij volkse muziek. Nu leef ik hier sinds begin deze maand alweer vier jaar met Karin en haar kinderen. Karin is geen Ierse, ook in Nederland geboren, en woonde hier reeds zeven jaar toen ik haar en de kinderen kwam vergezellen. Via Facebook kreeg ze mijn weblog te lezen en dit had haar hart getroffen. Op Facebook had ik haar tweemaal ontvriend. Ze wist dat ik geen makkelijke was. Maar ze durfde me aan. Ze bleek zelf geen makkelijke te zijn. Dus dat kwam goed uit. Op een dag kreeg ik een uitvouwbaar kaartje met een prachtig schilderwerk als print toegestuurd waarin de uitnodiging te vinden was eens naar Ierland te komen, dan zouden we samen wandelen. In meest eenvoudige woorden klonk herkenning en liefde door. En nog voordat we elkaar maar in levende lijve gezien hadden spraken we al over mijn komst naar Ierland als emigrant. En nu hoor ik Alan Stivell, nu ben ik in het land van de trollen, nu ben ik bij mijn vrouw, nu is de droom uitgekomen. Tis tegelijk bijzonder als onthand. Dat er niets aan de hand is.

Karin en ik hebben hevig gestreden, meermalen. Het is ongelooflijk mooi dat op ieder potje een dekseltje past. Toen ik gisteren vanaf de bank langdurig naar de hanglamp keek zag ik de vergankelijkheid van alles het ene moment, de nieuwheid van alles het andere, en zo zag ik dat ik zag wat ik dacht, en anders niks. Vandaar dat ik de lamp in zoveel kleuren heb fotobewerkt; je ziet iets altijd maar één keer op die manier, daarna altijd weer anders. De uniciteit van waarnemen past niet in de traagheid van het denken, dit is steeds de constatering die Karin en ik delen. En die onze redding is. Als we dit niet zagen waren we in strijd uiteen gegaan.

Voel me ronduit gezegend. ´Aha´, kan de lezer nu denken, ´de wijn en de wiet zijn gaan werken!´, maar hoewel dit waar is, doel ik op het dieper feit met Karin nog altijd samen te zijn. Ons onderwerp van gesprek, na alle ruzies die we maakten tot scheidingen aan toe, is steeds de verwondering over onszelf, ieder om ons eigen brein dat oude zaken voorspiegelt om geloofd te worden, en dat ze niet langer geloofwaardig zijn. Dan ben ik verwonderd en blij met Lief naast me, ook als er wijn noch wiet in de buurt is, en voel ik de kwetsbaarheid van wie iets te verliezen heeft.

We gaan tot op het bot. Karin is hardnekkig en ik ben halsstarrig, nou, dan weet je het wel. En vanavond zeiden we het nog tijdens de wandeling: wat je in een ander ergerlijk vindt zit heel sterk in jezelf. Door hier naar te kijken hebben we elkaar steeds weer hervonden en het is ons toegestaan, we merken dit aan elkaar, hier eindelijk diep in te ontspannen. Ik liep op zeker moment de keuken in omdat het schrijven niet op gang kwam en vroeg:
¨Heb je nog aandrang gevoeld een blog te schrijven over wat je zoal te zien krijgt?¨
¨Nee, helemaal niet. Dat zou de flow alleen maar breken.¨
¨Precies, en zo zat ik voor het beeldscherm en dit wilde niet.¨
¨Dan moet ik mijn geheugen in en gaan denken.¨
¨Precies ja, dat werkt niet.¨
Ik liep naar mijn netbook en startte dit epistel.

In Nederland schreef ik dagelijks en ik maakte me niet druk om de vorm; ik schreef zoals het kwam en kreeg een schare lezers. Ik heb met iedereen ruzie gemaakt in mijn leven, ook met mijn lezers, dus dat nam rap af. Ik moest nog even leren social media niet te gebruiken om mijn naam te schande te maken. In Ierland kwam ik als schrijver droog te staan. Ik was vormvast geworden, in een routine verzeild geraakt blijkbaar, want ik kon en wilde het niet meer opbrengen dagelijks te schrijven. Dit duurde veel langer dan ik voor mogelijk had geacht, en het was goed. Ook hier geldt weer dat ik uit een identitit te groeien had, in dit geval diende ik uit het vel van non-dualistische jargon te kruipen, terug in de oorsprong die me per moment het juiste woord leveren zal. De dichter uit het riool van de filosofie gekropen.

Één van de eerste opmerkingen die Karin me zei en die me is bijgebleven: ´Ik hou van de stilte, zit graag niets te doen.´ Mijn Keltische Vrouw! Met Hollands bloed. In het groene land. Het duurde niet lang tot ik besloot mijn appartement te ontruimen en de huur op te zeggen. Dat nam drie maanden van mijn tijd tijdens welke ik mij administratief ook op een soepele emigratie heb voorbereid.

De ruzies waren hevig, heel hevig. Er is heel wat water onder de brug doorgestroomd voordat we beiden samen konden zijn zoals we vandaag de dag doen. Je verzint het niet. Het gebeurt en we keerden steeds tot elkaar terug. Steeds hadden we beiden iets van onszelf in te zien. Het was moeilijk aan de kinderen of anderen uit te leggen, we hadden allebei al de grootste moeite om te zien wat hier nu precies speelde. Onze intenties waren goed, dat zeiden we steeds als we weer samenkwamen, en toch werden het weer scheldpartijen. Het had wel pit, dat moet gezegd. Niet voor de poes, zegt de volksmond.

¨Nooit meer drank!¨ Het is vaak gezegd. Het is er weer. Met wiet erbij, het moet niet gekker worden. En er spreekt voor mij diep vertrouwen uit. Dieper dan diep, ultiem feitelijk. En in dit diep vertrouwen komt juist het zicht los dat de vrede die hier verwoord wordt vanzelfsprekend geen wijn of wiet behoeft om gevoeld te worden. De intentie aanscherpen, dat is wat Karin en ik nog altijd doen, en naar het zich laat aanzien, blijvend hand in hand waar voorheen de handen weggeworpen waren. We maken vorderingen zonder van onze plaats te komen.

De eerste keer dat het goed mis ging was in Shanonvale. We dronken, hadden het gezelig, reuze gezellig, en ik zei dat ik die kroeg op de hoek wel eens wilde verkennen. Karin ging mee. Er kwamen mensen binnen, steeds meer. Ik had hier en daar wat gesprekjes met mensen, zonder te denken dat het Ieren waren. Ik zei gewoon wat me voor de geest kwam en daar waren ze niet aan gewend. Op zeker moment had ik het hoogste woord en werd ik door Karin opgehaald. Ze legde me uit dat dit verzocht was door de kroegbaas. Mijn betoog dat de flooding die de Ieren hier en in de verre omstreken meemaken ieder jaar helemaal niet nodig was, —dat moest je maar eens aan een Nederlander vragen—, tja, die opmerking was niet lekker binnengekomen in de gemeenschap. Hier in Rosscarbery heb ik me in alledrie de kroegen nog eens vergaloppeerd, das ook alweer twee jaar terug. Na wat vluchtjes Nederland hebben we het dan toch geleerd, Karin en ik: het is beter samen te zijn dan gelijk te hebben.

Het handelen in mijn leven hiertoe heeft gevolgen gekend die een mens kunnen tekenen, zoals het niet zien van mijn dochter, het beste voorbeeld in deze lijkt me. Ik weet dat ik mijn verantwoordelijkheid voor Tamara heb genomen in een tijd dat ik haar niet te zien kreeg, waardoor ik op een dag te lezen kreeg dat ik feitelijk een vreemde voor haar ben. Ik heb haar teruggeschreven dat dit haar idee kan zijn maar niet zo is, wat ik ook meen, maar dat de verhalen die hierin spelen door mij niet worden afgedraaid en dat ik naar de dag verlang dat die film achter haar lief gezicht ook is afgespoeld.

Met Karin vanavond stond feitelijk dit, als een rode draad, centraal: als je iets benoemt, taal gebruikt, dan heb je het apart gezet en zo illusoir gemaakt. Niets staat apart. Als je niets apart zet besta je zelf ook niet. Pas als iets apart wordt gezet, er wrijving optreedt, weet je dat je bestaat en begint het gedonder in de mind. Waar je niks aan kunt doen? Dat valt te bezien. Even kijken. Als ik kijk verdwijnt het probleem. Zie ik de aanname die er speelt, terwijl we alleen maar om de lagoon lopen.

De kern van verslaving is wat mij betreft dan ook de verslaving aan welk verhaal dan ook. Er is in beginsel geen verhaal, alleen het wonder. Daarin past al het tijdelijk dromen, deze onmetelijke onherhaalbaar schone Aanraking, het Wonder aan Zichzelf openbarend, als trollen, Keltische muziek, dansen, romantiek, je glimlach en ons kroelen in de nacht. We vieren al het ervaren, we vallen erdoorheen tot inzicht in tijd en verloop en verlies doorbreekt, we die droom weer zien, en dan kussen we weer, en we weten helemaal niks. Deze kwetsbaarheid heb ik Lief.

tumblr_e59d2b2a5436538c76137c01173eb0c9_a17b04c0_1280

Geplaatst in Geen categorie | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Vanaf de bank

DSCN8054

Karin en de jongens waren naar bed gegaan, ik rookte buiten nog een peuk met wat van de wiet die we weer eens in huis hebben. Krachtig spulletje. Alle laatst gemaakte foto´s waren bewerkt, ik had een stuk geschreven en vroeg me even af wat me volgende activiteit zou zijn. Ik wist het niet. Van wietgebruik kan ik zeer a-praktisch worden. Stond daar maar in de huiskamer. Dan maar wat rek- en strekoefeningen. Dat voelde goed. Vervolgens stond ik weer besluiteloos om me heen te kijken. Wat te doen? Moet ik wel iets doen? In de vroege ochtend zou ik Joshua naar zijn werk brengen, en deze nacht slapen op de bank. Alvast gaan liggen? Ik ging liggen, maar nog in de kleren. Ik voelde de verkrampte energie van iets te moeten weg sijpelen. En keek naar de lamp aan het plafond.

ezgif.com-gif-maker

Ik was er wel en ik was er niet. Ik dacht aan mij en ik vergat mij weer. En steeds die lamp. Alles dat aan gedachten opkwam werd ter plekke doorzien als onnodig, dan was er eenvoudig dit zicht. De innerlijke rust werd weldadig vergroot door dit rusten in niets hoeven. En opeens stond ik op om de camera te pakken. De serie is geschoten vanaf de bank waarop ik lag.

 

Geplaatst in Geen categorie | Tags: , | 1 reactie

De schellen van de ogen

 

Sta net een afwasje te doen en zie opeens voor me hoe vaak ik op mijn strepen sta uit angst dat erover me heen gelopen wordt. Opeens vond ik dat heel gek. Die angst leidt tot niets dan ellende en is in zichzelf een hoop onrust. Als iemand over me heen wil lopen gaat ie zijn of haar gang maar, wat zegt dat over mij? Mocht ik mijn imago willen verdedigen, wie en hoe ik ben in de ogen van anderen, dan lig ik op voorhand al aan de ketting. Maar als iemand over me valt, stevige kritiek uit, dan kan ik dit beluisteren en ter zake doende elementen eruit filteren om er een oprechte response op te geven. Het hanteren van het imaginaire imago als stok in een strijd kan genegeerd worden, daar valt niets te winnen of verliezen.

Het ik dat verlicht wil worden, of het ik dat zichzelf wil overstijgen, —het heeft iets lachwekkends want volstrekt onmogelijks in zich en toch duurt die neiging zolang als er brandstof voor is en het leed ervan blijkbaar nog niet geleden is. De metafysische drive die zoektocht en toekomst accepteert maakt daar een enorme mentale kermis vol geloofssystemen en ornamenten van, maar het stelt feitelijk niks voor. Omdat mensen dit weten verzamelen ze graag in kerken, moskeeën en synagogen, want samen sta je sterker en zo lijkt fantasie dan toch net echt. Niks mis overigens met leven volgens overtuigingen die voor je werken, ik roep wel ´halt´ als de opvattingen ook voor mij zouden moeten gelden.

Falen en succes, ze bestaan alleen relatief. Je kunt je een mislukkeling voelen terwijl je bestaat en met dezelfde geldigheid dus in feite een dappere overlevende genoemd kan worden. Het idee iets waard te moeten zijn impliceert dat je ook niets waard kunt zijn, en zoiets maak je mij niet wijs. De waarde van iemand bepalen is het geheel van leven, dat alles en een ieder van binnenuit waarde geeft, uit het oog verliezen. Door iets te isoleren kan het niet meer op waarde geschat kan worden. Als je de waarde van leven beseft is het met afscheiden, meten en vergelijken gedaan. Wie zich waardeloos voelt heeft een verhaal lopen dat niet waar kan zijn maar wel voor enorme problemen zorgt als je deze gelooft. Ook een zogenaamd succesvol persoon, wiens imago hem of haar bevalt, zal deze problemen niet ontlopen, de valkuilen wachten onherroepelijk.

Er is geen verhaal dat mij of jou vertelt. Verhalen komen uit mij, ik ben geen van de verhalen. Het wonder van bestaan is al, voordat welk verhaal ook nog maar begonnen is. Het wordt wel het Onbekende genoemd omdat ieder kennen ervan onmogelijk is, wij moeten het met Haar uitingen doen, die altijd verhalen zijn. Wat niet in een verhaal past wordt niet opgemerkt. De ogen werken neutraal maar wat we hebben gezien is gefilterd door wat we menen te weten. Dat is ons verhaal, niet de levende werkelijkheid die prima zonder imago gedijt.

Zelfrealisatie is een vreemd woord. Alsof er een Zelf gevonden kan worden. Om dit probleem te ondervangen is men ook wel van het niet-Zelf gaan spreken, en in neo-advaitische kringen hoort men geregeld het woord niemand en niet-iemand vallen. Een hoop drukte rondom iets dat als illusie wordt gezien; illusies, daar ga je toch aan voorbij? Het circus neemt meest bijzondere vormen aan. En iedere school die de reis uit het verhaal adverteert blijkt gewoon weer een nieuw deel van de droom. Om knettergek van te worden. Todat het breekt. Totdat opeens gezien wordt dat waarnemen via de taal verloopt en zonder taalduiding geen afgescheiden dingen bestaan.

Ben desondanks werkelijk verheugd dat ik weer schrijf. Was jarenlang vrijwel dagelijkse bezigheid; in Ierland viel er ergens een gat in. De modus waaruit de woorden ontstonden werden niet langer meer aannemelijk door me gevonden. Ik herhaalde inzichten, combineerde ze tot een bepaald wereldbeeld maar inhoudelijk voldeed ik zelden aan de inzichten die ik te berde bracht. Waren het wel inzichten? Geloofde ik het zelf nog? Zelfs het lezen van Nisargadatta, wat mij niet zelden extase bracht, kon me amper nog bekoren, de woorden klonken als een oude krant. Nu ik weer schrijf, herschik ik taalkundig de laatste levensindrukken, zet ik zaken recht die mij steken, kom ik tot erkenning van zaken die in de openheid willen en tot die tijd de innerlijke stilte nodeloos verstoren. Het bestaan is, hoe je het ook wendt ook keert, een biecht aan iedereen.

Geen enkel zelfbeeld past meer. Zeker niet de van de zoeker op weg naar totale bevrijding; zo een weg is alleen maar uitstel van wat altijd al het geval is. Positieve en negatieve gedachten over mijzelf komen op, worden gezien en niet geloofd. Als ik wel eens iets geloof, omdat ik werkelijk niet aardig was, zeg ik gewoon sorry, en ik ben ook blij als een ander dat bijtijds kan doen, maar te menen dat mijn vergissingen stuurfouten van me waren is onzin want ik had altijd al geen richtingsgevoel of idee waarop ik afkoerste. En op kleiner schaal heb ik in mijn leven nooit bewezen dat ik op basis van mijn wil andere koersen nam om in te volharden; het bleef bij aanzetjes en wat echt wilde gebeuren gebeurde toch wel. Vergelijk de geconditioneerdheid wel eens met een ponskaart: die werkt zoals die werkt volgens een code en je kunt niet zomaar een deel ervan veranderen zonder het geheel in totale verwarring te laten zijn.

Er zijn mensen die verslavingen aanvechten, anderen geven eraan toe, maar er vrij van zijn is toch wel wat anders. Dat het moeiteloos doorzien is en van je afgevallen, spontaan. Een open baring van wat altijd al openbaar was maar niet werd gezien, verblind door de sluiers van de altijd bezorgde junk: kom ik wel aan mijn quotum? Maar het junk-imago is onjuist, niemand heeft ooit ergens aan vast gezeten. Een junk kan dit midden in een trip gewaar worden en voorgoed van die trip genezen zijn. Das geen junk die vrij wil zijn, das vrijheid die geen junk wil zijn. Een ommekeer. Dan is er niet de vraag meer hoe vrijheid te bereiken, dan is er het wakker oog voor alle neigingen die deze altijd al aanwezige vrijheid ontlopen willen nu en nu en nu.

Dat zag ik tijdens een kort afwasje.

Geplaatst in Geen categorie | Tags: , , | Een reactie plaatsen