Aart de Lange Pzn, symboliekschilder & Joost Lips

Enkele jaren terug was ik gecharmeerd door de schilderwerken van Aart de Lange Pzn, symboliekschilder. Ik heb hem dit toen bericht en gezegd dat ik verzen bij zijn werken wilde schrijven. Hij was warm belangstellend en al snel stuurde ik hem wat. Zijn geestdrift zorgde voor een reeks van 33 verzen, voorheen afzonderlijk gepubliceerd, die ik hierbij integraal deel.

Stilte is tijdloos

 .

Advertenties
Geplaatst in Geen categorie | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Tom van Campenhout & Joost Lips

In een periode van 2014 – 2017 hebben Tom van Campenhout en ik plezier gehad aan een samenwerkingsverband waarin ik teksten bij een aantal van zijn werken leverde. Ik had hem dit voorgesteld nadat ik voor het eerst zijn kunst online had bekeken en er sterk door getroffen was. Hij stemde ermee in. Toon hier 52 van de kaders met afbeeldingen en tekst die Tom eruit voort liet komen.

The sky.

 

.

Geplaatst in Geen categorie | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Kale kop

Joshua was vanmiddag bij de kapper geweest. Ik vroeg hem na de avondmaaltijd wanneer hij mijn koppie onder handen wilde nemen. Het is altijd één van de twee jongens, Joshua of Michael, die mijn haren knipt, en dat betaalt per keer vijf euro. Tis feitelijk geen knippen, de tondeuse doet het werk en het is snel gedaan. Het was de beurt aan Joshua en hij zei dat hij het wel meteen wilde doen. Ik nam plaats op een stoel in de keuken en zag weldra grote lokken neer dwarrelen. Op zeker moment wreef ik over mijn kruin. Dit leek wel heel erg kort. Ik keek naar de tondeuse in Josh zijn hand en zag dat hij het hulpstuk, waarmee je de lengte kunt bepalen, er niet had opgezet. Ik meldde hem dit. Ik zag hem schrikken, hoorde Karin ´Jeetje!´ uitroepen en ontstak zelf in een uitgelaten schaterlach. Het leek een ongelukje maar ik ben geheel niet ontevreden met het verkregen resultaat.

DSCN4761DSCN4760

Geplaatst in Geen categorie | Tags: , | Een reactie plaatsen

Douglas Harding

110074055_o

Denk dat het sinds een maand of twee is dat ik me vol dankbaarheid verdiep in het werk van Douglas Harding (1909-2007), geholpen door de website The Headless Way onder redactie van Richard Lang, die mij na een kort bericht aan hem meteen voor online bijeenkomsten met andere ´hoofdlozen´ had uitgenodigd. Die zijn geweldig mooi, meerdere in de week.

In mijn spirituele loopbaan had ik wel eens van Douglas Harding gehoord, tekeningetjes gezien van zijn experimenten die zouden aantonen dat ik geen hoofd heb, maar ik vond het blijkbaar gekkigheid, want ik kwam er in die tijd niet toe ook maar één experiment te doen. Ik las allerlei moeilijke boeken en kon me niet voorstellen dat de eenvoudige voorgestelde experimenten mij zouden geven wat volgens de leerscholen waarop ik me richtte alleen middels lange wegen vol ontberingen verkregen kon worden. Hoe anders is dit nu!

Deze week mocht ik via de post het eerste boek van Douglas Harding ontvangen: The Hierachie of Heaven and Earth. Ik heb één hoofdstuk gelezen en geniet zijn benadering van het bestaan als een goede wijn die graag heel rustig gedronken en genoten wil worden. De lezer hoeft hier dan ook geen verhandeling of analyse te verwachten, ik schrijf deze nacht voor het slapen gaan toch nog even om mijn blijdschap te uiten over wat mij reeds gegeven is.

De Hoofdloze Weg is van grote eenvoud en schoonheid. De experimenten, die tonen wie ik werkelijk ben, zijn geheel vrij van de verhouding leraar-leerling, er is in deze zin geen sprake van hiërarchie en dit bevalt mij uitstekend. Iedereen is gelijk, vanaf de start. Mijn ware natuur is de ware natuur van een ieder en de experimenten laten dit zien. Wat bedoelt Douglas Harding dan met Hierarchie? Voor zover ik het nu heb begrepen geeft hij aan dat alles dat gezien en meegemaakt wordt afhankelijk is van het perspectief dat we innemen. Als wij tegenover elkaar staan en je benadert me meer en meer dan zal je op zeker moment niet langer mijn gezicht maar lichaamscellen zien. Zo ook: als je steeds meer afstand van me neemt, verdwijnt mijn fysieke gestalte en zie je op zeker moment planeet aarde en nog later het Melkwegstelsel en ga zo maar door. Identiteit is dus geen vast gegeven maar afhankelijk van mijn standpunt.

Waarom heb ik dan geen hoofd? Douglas Harding verwijst voortdurend naar de eigen ervaring en vraagt mij deze te onderscheiden van wat ik van iets denk. We zien zelden wat we zien, we zien meestal wat we menen te zien. Als je terugkeert, middels de experimenten, naar zien zelf, dan kom je tot de meest eenvoudige ontdekking dat je eerste gegeven inderdaad is dat je geen hoofd hebt. Je ziet er één in de spiegel, je wast wellicht dagelijks je haren en poetst je tanden, maar de ervaring van beleven is dat je geen hoofd hebt. Het zien is niet van de ogen maar van de ruimte die erachter ligt. Tis wel vreemd om die ruimte zo te lokaliseren maar binnen de experimenten is het even handig het zo te zien, totdat die ruimte volledig beseft en ingenomen wordt, dan is plaatsbepaling duidelijk onzinnig geworden en barst die ruimte open om alles te behelzen. Dan is alles dat maar verschijnt binnen het zicht en de scheiding tussen binnen en buiten volstrekt opgeheven.

Ik spreek wellicht wat voor mijn beurt en niet al te adequaat, vergeef mij dit dan maar even. Tis het enthousiasme dat deze zinnen alvast moest formuleren. En ik wilde graag twee foto´s plaatsen die ik erg mooi vind: die van Douglas en zijn vrouw Catherine. Later zeker meer over de Hoofdloze Weg.

27540787_10155609359743600_6305294649921301546_n

Geplaatst in Geen categorie | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

The tacit eye – my English poetry

Het is er eindelijk van gekomen: schrijven in de Engelse taal. Neem als je wilt een kijkje op het nieuwe weblog The tacit eye, ook tussen de links hiernaast te vinden. Alvast een voorproefje:

*

Unborn Identity

In the morning opening eyes,
undifferentiated light shines
´till words come to mind:
´chair´, ´wall´, ´new day´
and the world is born.

Amazing: creation made
by words alone,
this magical terms of division,
sounds with so-called meaning.

Still, all the while,
the unborn eyesight almighty
resides meaningless aside,
–in but not of the world–,
as lost souls sole security.

.

Geplaatst in Geen categorie | Tags: | Een reactie plaatsen

Wat ziet door deze ogen?

Ik hou van deze vraag. De mens kan ontelbare vragen stellen en in vrijwel alle gevallen wordt met de vraag de geest geactiveerd. Dat is meestal praktisch en nuttig maar niet als de geest me vermoeid heeft en ik rust van het mentale wil; dan is de vraag ´wat ziet?´ zeer op zijn plaats. De vraag heeft een prachtige omkering in zich die mij vriendelijk het zwijgen van verwondering oplegt. Ogen zijn naar buiten gericht, de vraag wat er doorheen kijkt verwijst terug naar…ja, das dus de vraag. Het zien veronderstelt een ziener maar als ik kijk naar wat er kijkt dan is er zoiets niet te vinden. Zo heeft de vraag het vermogen onmiddellijk van conceptueel denken te verlossen. Tis eenvoudig een kwestie van toepassen en ondervinden.

In vroeger dagen, als ik geestelijk in de kreukels lag en niet tot een oplossing hiervan wist te komen, kende ik deze vraag nog niet, maar wel een mogelijkheid die erop lijkt. Als ik met werkelijke radeloosheid had te maken dan gaf ik mijn ogen aan Jezus. Klinkt wellicht wat vreemd maar dit was wat ik deed en het gaf me onmiddellijk een mate van ontspanning. Hoe deed ik dat dan? Heel simpel: ik erkende mijn failliet en liet het zien over aan God middels zijn Zoon. Het was geen trucje, geen techniek, maar eenvoudig een overgave van het zien zelf. Ik erkende dan dat het een vergissing was te menen dat ik als een bestuurder mijn ogen dirigeerde; ik liet het sturen los. Later maakte ik de geste los van het christelijk geloof en vormde deze om in de vraag: ´wie ziet door deze ogen?´ Het woordje ´wie´ wees echter te nadrukkelijk naar een mens, een persoon wellicht, en bracht onnodige associaties die niet opkwamen toen het vervangen werd door het passender en neutraler woordje ´wat´.

*

Even een sterretje ertussen. Het werd alweer te filosofisch volgens menig lezer denk ik en dit is jammer want waar ik op doel is geboorterecht, of sterker nog: dat wat geboorte überhaupt mogelijk maakt. Zo intiem dat het niet is te zien omdat je het zelf bent. Filosofie doet denken dat je het kunt begrijpen terwijl het aan ieder grijpen vooraf is ook dit moment. Poëten aller landen geven hint op hint op hint naar wat altijd al het geval is. Ze kunnen niet zwijgen over wat niet te zeggen is. Ze geven bloemen vanuit het onbenoembare. En zo zie ik iedereen: explosie uit de bron roeiend met de riemen die men heeft. Sterrenstof tot vorm gekomen doet zijn best en komt altijd tekort. Waarom tekort? Vanuit het waanidee dat het ergens heen moet. Als maar genoeg mensen dit denken maken we van de wereld een hel. Die het niet is en nooit kan zijn als je het wonder, ongebroken door conceptuele filters van verlangen, nu ziet.

Het leven is geen democratie. Het leven is een vormenspel, in ieder aspect uniek en onherhaalbaar. Mensen destilleren daar grove wetten uit, tevens aan veroudering onderhevig, en gaan dan met hun domme verstand toch met die wetten als uitgangspunt de boel overnemen en de natuur verzieken. Ik kan het alleen maar aanvaarden maar eraan deelnemen vanuit die vergissing, nee, daartoe kan niemand mij verplichten. De hele kwestie van de vrije wil kent maar één afdoend antwoord: gehoorzaamheid aan je ware natuur. Daar heb je geen miljarden medestanders voor nodig. Daarvoor verlies je desnoods iedereen.

Het is niet moeilijk te zien wat door deze ogen ziet. Ik kan onmiddellijk zien dat er niets te zien valt als ik deze vraag overweeg. Niets ziet alles. Wat valt hier aan te begrijpen? Niets. Het zogenaamde zoeken naar God gaat ervan uit dat God elders is en kan niet slagen. Het ego dat velen menen te moeten doden om God een kans te geven is niet arrogant maar onbestaand; het ego willen doden om God een kans te geven is het toppunt van arrogantie dat het daarvoor niet bestaand ego in het leven roept. Wat ziet door deze ogen? Het is nog nooit begonnen. Het is in deze wereld en niet van deze wereld. Als je het ziet, en dit registreert als trofee, is het wonder van zien alweer verloren gegaan.

Zie je?

.

Geplaatst in Geen categorie | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Identiteit en vergankelijkheid

Ik zat op de pot toen ik op de grond in een hoek, half verscholen achter een pak wc-papier, een langpotige spin zag. Vermoedde dat deze mij had opgemerkt, het beestje bewoog zich wat onrustig. Het was op dat moment dat ik me bedacht: ´maar dit is géén Ierse spin!´ Geen idee waar invallen als deze vandaan komen of wat ze doet verschijnen, maar deze was er. Ik keek naar de spin en zag wel enige waarheid in mijn bevinding: de spin droeg geen Iers paspoort bij zich. Bovendien was het onwaarschijnlijk dat het beestje zich gewaar was van landsgrenzen of een voorkeur voor een volk in zijn organisme meedroeg. Ja, voorwaar, het klopte: dit was geen Ierse spin. Je was pas Iers of van zekere nationaliteit als je dat dacht en dan ook alleen maar zolang je dat dacht. Identiteiten komen op en gaan weer onder, werkelijke houvast is er niet in te vinden. Tis te vergelijken met de tijd waarin we af en toe leven: als we de tijd willen weten moeten we altijd even op een klokje kijken, en vervolgens vergeten we al snel de tijd weer om in het tijdloze ondergedompeld te worden. Ook de onbeperkte ruimte laat zich nergens in vangen. Tis natuurlijk dwaas om te spreken van Ierse, Engelse of Amerikaanse ruimte, hoewel nationalisten en oorlogmakers wel degelijk spreken in termen als ´ons luchtruim´ en dergelijke. Dat die bezitsdrang in zijn bereik onbestendig is tonen de boeken van historie feilloos aan. Identiteiten zijn dubbelslachtig: verschijninkjes zowel als verdwijninkjes. Onbetrouwbaar voor wie onvergankelijke waarheid wil.

Identiteit, bestaat zoiets wel? Kun je identiteit als fenomeen waarnemen of is het eerder een aanname, een idee, dat staat of valt bij gratie van instemming van mensen ermee? Het antwoord op deze vraag is niet lastig te geven als we terugdenken aan de tijd dat we onze eerste verjaardag vierden. We vierden onze eerste verjaardag niet, we bestonden nog niet. Ja, we bestonden wel volgens onze ouders en de burgerlijke stand, maar dat lijfje in het kleine bedje had nog geen zelfreflectieve constructie met naam lopen, nog geen afgescheiden bestaan, dat zich zaken toe-eigende, verworven. De dag die op onze geboortekaartje genoemd wordt is niet de dag waarop we geboren werden, die dag kwam veel later, namelijk toen tot onze onschuldige hersentjes was doorgedrongen dat de omgeving van ons eiste dat we onszelf met naam en fysieke vorm identificeerden, dat we vervolgens aan onszelf echter niet middels die naam mochten refereren maar daarvoor het woordje ´ik´ moesten gebruiken. Zo leerden we dat het één zijn met het universum onvolwassen was en volwassen worden betekende afgescheiden van je omgeving aan jezelf denken als iets met verantwoordelijkheid, als iets dat door de omgeving bij voortduring hierop gecontroleerd zou worden. De noodzaak van identiteit werd ons ingepeperd, de invulling ervan werd onze verantwoordelijkheid genoemd. De wereld stelde eisen aan de identiteit en hier niet aan voldoen was ondeugdelijk, kon rekenen op afkeuring en daarbij passende maatregelen. Identiteit bleek hetzelfde als keurslijf, tenzij, zo verhaalde de fabel, tenzij je zo succesvol op alle levensgebieden was dat je een geslaagd mens kon heten en iedereen naar je pijpen kon laten dansen. Faalangst was de ingebakken drijfveer van het imago dat we met ons meedroegen. Als mijn imago werd beschadigd voelde ik mezelf beschadigd, die twee uit elkaar houden was geen optie. Iedereen moest eraan geloven. En zelfs de zogenaamde succesvollen, die glimmende koppen op deftig geklede lijven in celebrity magazines, ja, ook die kampten met hun imago, dat kon je lezen in de bladen als je niet zelf het vermogen nog had te zien dat er geen authenticiteit van die tronies meer af te lezen was. Zo kan het zijn dat volksstammen, die het aan niets van de eerste levensbehoeften ontbreekt, toch in de hel leven omdat het ingebeelde imago onder druk staat. De antwoorden op dit hels bestaan zijn veeltallig waaronder: nog harder werken aan een goed zelfbeeld, kiezen voor een leven van genotzucht en verslaving, in therapie gaan, spirituele wegen bewandelen of zelfmoord plegen. Geluk was geen kwestie meer van het vervullen van de behoeften van de lichaam-geest, neen, aanzien, status, macht, bezit, en nog veel meer abstracte noties hadden hadden plaats genomen in het rijtje van eerste levensbehoeften en de overgrote meerderheid van de mensen beschouwen dit nog altijd als de realiteit.

Identiteit is geen vast gegeven. Als we stellen dat identiteit steeds aan verandering onderhevig is hebben we nog niet onderkend dat identiteit heel vaak afwezig is. We lijken alleen wat we menen te zijn als we dit denken. Roept iemand onze naam dan reageren we, voordat de naam geroepen werd waren we naamloos. De identiteiten die mij bezochten sinds mijn bewuste leeftijd hebben me allen weer verlaten. Tis niet zo dat de ene identiteit naadloos in de volgende overloopt; een identiteit valt weg en na een onderbreking staat een nieuwe op. Er is geen continuïteit in te vinden; identiteit meedragen is een inspanning, een doen, een activiteit zonder welke we niets in het bijzonder zijn. Identiteiten zijn inwisselbaar, we gebruiken er ontelbare op een dag. Op kantoor kan ik de baas spelen tot dat mijn meerdere binnen wandelt, dan ben ik opeens een volgzaam type. Na werktijd speel ik weer andere rollen, mogelijk die van vrijgezel, van minnaar of van vader. We wisselen van masker naar believen, zo de omstandigheden dit vragen. We leven een tweedehands leven, namelijk, via de ogen van de ander en de rol die de ander ons heeft toegedicht, dan wel in protest daartegen, wat evenzo geconditioneerd is. Met mijn goede baan heet ik succesvol, nadat ik onverhoopt ontslagen ben sta ik bekend als werkloos, slechts bij kas en wellicht te oud om kans op nieuw werk te vinden. Wat voorheen vrienden leken blijken nu onbetrouwbare rakkers; ze komen niet meer langs nu de koelkast niet altijd vol met bier meer ligt en kroegbezoeken onbetaalbaar zijn geworden. We worden afgerekend op prestaties en vermogens, niet op wat we zijn en we kopen dit zolang we voortgaan met de struggle weer in het gewenste want door de omgeving aanvaarde imago te passen. Onze therapieën zijn bedoeld deze aanpassing succesvol te doen verlopen. De gevangenis die we rond onszelf hebben opgetrokken worden middels coaches, therapeuten en workshops opgeknapt, de oude tralies opgekalefaterd tot gouden tralies. Misschien vinden we weer een baan, komen wat oude vrienden weer in zicht, maar het geloof in onze identiteit zal nooit meer onbezorgd zijn. Diep van binnen weten we dat er iets niet klopt, dat er geen veiligheid in ons imago, hoe fraai ook, te vinden is. Dit is voor velen het moment dat spiritualiteit in zicht komt om dieper te kijken dat alle tot nu toe onbevredigende conditioneringen.

Spiritualiteit wil voorbij alle aangekoekte geloofsovertuigingen kijken, of, anders gezegd, zien wat eraan vooraf gaat. Kijken naar de oorsprong. Als wij werk zoeken wil de werkgever zoveel mogelijk over onze identiteit te weten komen en kan men de vraag verwachten: wie ben je? Dan vraagt men naar je naam, geslacht, leeftijd, nationaliteit, achtergrond, leer- en werkervaring, betrouwbaarheid kortom, naar etiketten die op je vormenspel zijn geplakt. Binnen de spiritualiteit is de vraag ´wie ben ik?´ ook gangbaar, maar hier heeft het een totaal andere functie, namelijk: voorbij aan naam en vorm te gaan. Welk antwoord er ook op gegeven wordt, er is een mooie variant op deze vraag die hierbij voor verdieping zorgt: ´in wat komt dit antwoord op?´ Tis duidelijk: geen enkel antwoord (van naam en vorm) voldoet, immers, ieder antwoord komt op in iets dat veelomvattender is en kan dus niet het antwoord zijn. Bij een sollicitatie kan men op zeker moment tevreden zijn met de antwoorden, in de spiritualiteit blijft de vraag altijd primair en is het antwoord per definitie niet adequaat. Het zelfonderzoek van de spiritualiteit is een opruimingsdienst die alle verzamelde identiteiten aan de kaak stelt, de ondeugdzaamheid ervan aantoont en deze zo naar het land der fabelen verwijst. Niet door inspanning, maar eenvoudig door herkenning, het dóórzien van de concepten die ons daarvoor nog gevangen leken te houden. Weten maakt plaats voor niet-weten. Waar weten de geest inbindt en fragmenteert is toewijding aan het oorspronkelijk niet-weten de weg om het beperkend conceptuele denken vóór te blijven. In de woorden van zenleraar Shunryu Suzuki: De geest van een beginner heeft vele mogelijkheden, de geest van iemand die ervaren is maar enkele.

Omdat het verlies van identiteit met angst gepaard kan gaan, en kan leiden tot psychose, is het van groot belang te beseffen dat je altijd de getuige bent van verschijnselen. De vraag ´in wie komt dit op?´ laat je dit steeds weer beseffen, zodat je in dit conceptloze waarnemen verankerd kan raken. Als dit niet volledig op waarde wordt geschat zal ook de mens die een spirituele weg meent te gaan vervallen tot identiteitsbesef, met alle gevaren van dien. Dit zien we als de christen meent een edeler weg te gaan dan de boeddhist bijvoorbeeld, maar ook als iemand er prat op gaat vaker te mediteren dan een ander of, -zo gek kan het gaan-, hovaardig door het leven gaat omdat ie meent meer onthecht te zijn dan de collega monniken. Identiteit steekt de kop op zodra het denken over de eigen positie een aanvang neemt. Toen Ramana Maharshi eens de vraag kreeg toegespeeld hoe een zoeker kan weten dat ie vorderingen maakt op het spirituele pad was het antwoord in dit verband treffend: Als je hier niet meer over nadenkt heb je vorderingen gemaakt.

Identiteiten hoeven niet weg. Identiteit is een rol, tis genoeg om dit te zien. Als ik op reis ga neem ik als altijd mijn paspoort mee, ik ben echter pas de Nederlander, voor even, als bij de douane mijn reisdocument wordt gevraagd. Als we ieder moment van ons leven bewust zijn van de beelden en geloofsovertuigingen die in ons spelen en we stevig als getuige staan om niets zomaar voor waarheid aan te nemen, dan kunnen de rollen die we spelen ons niet binden. En wat betreft het realiseren van de identiteitsloze bron lijkt het me voor de hand liggen dat geen enkele identiteit in staat is dit te doen. Machteloosheid in deze realiseren is de enige mogelijkheid.

.

Geplaatst in Geen categorie | Tags: , | 2 reacties