Keltisch geluk

Het kan niet op, rode wijn en wiet, waarlijk Hollandse luxe met de Keltisch harp van Alan Stivell weerklinkend in een verwarmd huisje in het groene Ierland. Karin komt, juist nadat ik de zin hierboven geschreven heb, nog even langs voor een nachtkus, staat met een warmwaterkruik voor me en wrijft dan in haar handen zeggende:
¨Lippie zit hier gezellig hè? Ach, tis zo knus!¨ Haar betoverende lach maakt me wat verlegen, ik krijg een knuffel, ze spreekt haar liefde uit en ik hoor het fluisterend ´we hebben het goed hè´ in mijn oor. Ja vrouw, heel goed. Ik zeg je: ¨De eerste zin, zojuist geschreven, heeft precies de sfeer die je me nu ook laat voelen.¨

Vanavond samen door het duister rond de lagoon gewandeld. Fris, ongeveer geen wind, aangenaam. We hadden ons goed aangekleed. We spraken over de verandering van perceptie door de wiet. Karin had eerder deze week aangegeven dat aan een moment in de tijd denken betekende dat ze er ook even helemaal was. Eigenlijk heeft ons inbeeldingsvermogen altijd die invloed op ons gestel en al dan niet welbevinden, maar na een wietje zie je de implicaties van iedere gedachte veel explicieter.
¨Wat is die mind toch een lastpost, jééétje!¨, zei je op een gegeven moment. Waarop ik je vertelde dat ik gisterenavond de keuze had: of me opwinden over wat te doen, of eenvoudig op de bank gaan liggen. Activiteiten werden toenemend gecompliceerd maar toen ik eenmaal lag, niets hoefde, ontspande de boel zich binnen de korste keren. Ik keek naar de lamp aan het plafond, langdurig, en zag gedachten met hun suggesties komen en gaan. Zag vooral dat niets blijven kan, en dat juist dit besef dit moment zo levend doet zijn. Na thuiskomst, —je zat in de keuken aan tafel—, zei je opeens weer iets waaruit bleek dat je de geestelijke activiteit van buitenaf bezag in plaats van ermee verweven te zijn. Dan voel ik zoveel blijheid. Dan voel ik onze oorspronkelijkheid. Dan weet ik dat heel gewoon zeer speciaal is.

tumblr_6e9ce1af89e9ad838410d40171ae8b7f_2b105137_1280

Alan Stivell laat me iets moois beseffen. In Nederland mocht ik, in mijn puberteit reeds, graag iets van hem horen. De wedergeboorte van de Keltische harp, dat was toen al het album van hem dat me zo boeide. Ik droomde dan van Ierland, het groene landleven, de trollen en de romantiek bij volkse muziek. Nu leef ik hier sinds begin deze maand alweer vier jaar met Karin en haar kinderen. Karin is geen Ierse, ook in Nederland geboren, en woonde hier reeds zeven jaar toen ik haar en de kinderen kwam vergezellen. Via Facebook kreeg ze mijn weblog te lezen en dit had haar hart getroffen. Op Facebook had ik haar tweemaal ontvriend. Ze wist dat ik geen makkelijke was. Maar ze durfde me aan. Ze bleek zelf geen makkelijke te zijn. Dus dat kwam goed uit. Op een dag kreeg ik een uitvouwbaar kaartje met een prachtig schilderwerk als print toegestuurd waarin de uitnodiging te vinden was eens naar Ierland te komen, dan zouden we samen wandelen. In meest eenvoudige woorden klonk herkenning en liefde door. En nog voordat we elkaar maar in levende lijve gezien hadden spraken we al over mijn komst naar Ierland als emigrant. En nu hoor ik Alan Stivell, nu ben ik in het land van de trollen, nu ben ik bij mijn vrouw, nu is de droom uitgekomen. Tis tegelijk bijzonder als onthand. Dat er niets aan de hand is.

Karin en ik hebben hevig gestreden, meermalen. Het is ongelooflijk mooi dat op ieder potje een dekseltje past. Toen ik gisteren vanaf de bank langdurig naar de hanglamp keek zag ik de vergankelijkheid van alles het ene moment, de nieuwheid van alles het andere, en zo zag ik dat ik zag wat ik dacht, en anders niks. Vandaar dat ik de lamp in zoveel kleuren heb fotobewerkt; je ziet iets altijd maar één keer op die manier, daarna altijd weer anders. De uniciteit van waarnemen past niet in de traagheid van het denken, dit is steeds de constatering die Karin en ik delen. En die onze redding is. Als we dit niet zagen waren we in strijd uiteen gegaan.

Voel me ronduit gezegend. ´Aha´, kan de lezer nu denken, ´de wijn en de wiet zijn gaan werken!´, maar hoewel dit waar is, doel ik op het dieper feit met Karin nog altijd samen te zijn. Ons onderwerp van gesprek, na alle ruzies die we maakten tot scheidingen aan toe, is steeds de verwondering over onszelf, ieder om ons eigen brein dat oude zaken voorspiegelt om geloofd te worden, en dat ze niet langer geloofwaardig zijn. Dan ben ik verwonderd en blij met Lief naast me, ook als er wijn noch wiet in de buurt is, en voel ik de kwetsbaarheid van wie iets te verliezen heeft.

We gaan tot op het bot. Karin is hardnekkig en ik ben halsstarrig, nou, dan weet je het wel. En vanavond zeiden we het nog tijdens de wandeling: wat je in een ander ergerlijk vindt zit heel sterk in jezelf. Door hier naar te kijken hebben we elkaar steeds weer hervonden en het is ons toegestaan, we merken dit aan elkaar, hier eindelijk diep in te ontspannen. Ik liep op zeker moment de keuken in omdat het schrijven niet op gang kwam en vroeg:
¨Heb je nog aandrang gevoeld een blog te schrijven over wat je zoal te zien krijgt?¨
¨Nee, helemaal niet. Dat zou de flow alleen maar breken.¨
¨Precies, en zo zat ik voor het beeldscherm en dit wilde niet.¨
¨Dan moet ik mijn geheugen in en gaan denken.¨
¨Precies ja, dat werkt niet.¨
Ik liep naar mijn netbook en startte dit epistel.

In Nederland schreef ik dagelijks en ik maakte me niet druk om de vorm; ik schreef zoals het kwam en kreeg een schare lezers. Ik heb met iedereen ruzie gemaakt in mijn leven, ook met mijn lezers, dus dat nam rap af. Ik moest nog even leren social media niet te gebruiken om mijn naam te schande te maken. In Ierland kwam ik als schrijver droog te staan. Ik was vormvast geworden, in een routine verzeild geraakt blijkbaar, want ik kon en wilde het niet meer opbrengen dagelijks te schrijven. Dit duurde veel langer dan ik voor mogelijk had geacht, en het was goed. Ook hier geldt weer dat ik uit een identitit te groeien had, in dit geval diende ik uit het vel van non-dualistische jargon te kruipen, terug in de oorsprong die me per moment het juiste woord leveren zal. De dichter uit het riool van de filosofie gekropen.

Één van de eerste opmerkingen die Karin me zei en die me is bijgebleven: ´Ik hou van de stilte, zit graag niets te doen.´ Mijn Keltische Vrouw! Met Hollands bloed. In het groene land. Het duurde niet lang tot ik besloot mijn appartement te ontruimen en de huur op te zeggen. Dat nam drie maanden van mijn tijd tijdens welke ik mij administratief ook op een soepele emigratie heb voorbereid.

De ruzies waren hevig, heel hevig. Er is heel wat water onder de brug doorgestroomd voordat we beiden samen konden zijn zoals we vandaag de dag doen. Je verzint het niet. Het gebeurt en we keerden steeds tot elkaar terug. Steeds hadden we beiden iets van onszelf in te zien. Het was moeilijk aan de kinderen of anderen uit te leggen, we hadden allebei al de grootste moeite om te zien wat hier nu precies speelde. Onze intenties waren goed, dat zeiden we steeds als we weer samenkwamen, en toch werden het weer scheldpartijen. Het had wel pit, dat moet gezegd. Niet voor de poes, zegt de volksmond.

¨Nooit meer drank!¨ Het is vaak gezegd. Het is er weer. Met wiet erbij, het moet niet gekker worden. En er spreekt voor mij diep vertrouwen uit. Dieper dan diep, ultiem feitelijk. En in dit diep vertrouwen komt juist het zicht los dat de vrede die hier verwoord wordt vanzelfsprekend geen wijn of wiet behoeft om gevoeld te worden. De intentie aanscherpen, dat is wat Karin en ik nog altijd doen, en naar het zich laat aanzien, blijvend hand in hand waar voorheen de handen weggeworpen waren. We maken vorderingen zonder van onze plaats te komen.

De eerste keer dat het goed mis ging was in Shanonvale. We dronken, hadden het gezelig, reuze gezellig, en ik zei dat ik die kroeg op de hoek wel eens wilde verkennen. Karin ging mee. Er kwamen mensen binnen, steeds meer. Ik had hier en daar wat gesprekjes met mensen, zonder te denken dat het Ieren waren. Ik zei gewoon wat me voor de geest kwam en daar waren ze niet aan gewend. Op zeker moment had ik het hoogste woord en werd ik door Karin opgehaald. Ze legde me uit dat dit verzocht was door de kroegbaas. Mijn betoog dat de flooding die de Ieren hier en in de verre omstreken meemaken ieder jaar helemaal niet nodig was, —dat moest je maar eens aan een Nederlander vragen—, tja, die opmerking was niet lekker binnengekomen in de gemeenschap. Hier in Rosscarbery heb ik me in alledrie de kroegen nog eens vergaloppeerd, das ook alweer twee jaar terug. Na wat vluchtjes Nederland hebben we het dan toch geleerd, Karin en ik: het is beter samen te zijn dan gelijk te hebben.

Het handelen in mijn leven hiertoe heeft gevolgen gekend die een mens kunnen tekenen, zoals het niet zien van mijn dochter, het beste voorbeeld in deze lijkt me. Ik weet dat ik mijn verantwoordelijkheid voor Tamara heb genomen in een tijd dat ik haar niet te zien kreeg, waardoor ik op een dag te lezen kreeg dat ik feitelijk een vreemde voor haar ben. Ik heb haar teruggeschreven dat dit haar idee kan zijn maar niet zo is, wat ik ook meen, maar dat de verhalen die hierin spelen door mij niet worden afgedraaid en dat ik naar de dag verlang dat die film achter haar lief gezicht ook is afgespoeld.

Met Karin vanavond stond feitelijk dit, als een rode draad, centraal: als je iets benoemt, taal gebruikt, dan heb je het apart gezet en zo illusoir gemaakt. Niets staat apart. Als je niets apart zet besta je zelf ook niet. Pas als iets apart wordt gezet, er wrijving optreedt, weet je dat je bestaat en begint het gedonder in de mind. Waar je niks aan kunt doen? Dat valt te bezien. Even kijken. Als ik kijk verdwijnt het probleem. Zie ik de aanname die er speelt, terwijl we alleen maar om de lagoon lopen.

De kern van verslaving is wat mij betreft dan ook de verslaving aan welk verhaal dan ook. Er is in beginsel geen verhaal, alleen het wonder. Daarin past al het tijdelijk dromen, deze onmetelijke onherhaalbaar schone Aanraking, het Wonder aan Zichzelf openbarend, als trollen, Keltische muziek, dansen, romantiek, je glimlach en ons kroelen in de nacht. We vieren al het ervaren, we vallen erdoorheen tot inzicht in tijd en verloop en verlies doorbreekt, we die droom weer zien, en dan kussen we weer, en we weten helemaal niks. Deze kwetsbaarheid heb ik Lief.

tumblr_e59d2b2a5436538c76137c01173eb0c9_a17b04c0_1280

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.