Licht als een veertje

Dan willen de tranen niet komen, je kent dat wel. Je zit vol spanning en verdriet maar de tranen wellen niet, in plaats daarvan irritatie en boosheid. Ingehouden boosheid, want je doet je best je relatie goed te houden. Zowel Karin als ik deden ons best maar het voelde koud. En het duurde langer dan een dag, langer dan een week. Wat was dit? Hier en daar gooiden we wel eens een balletje op maar nergens gingen we diep op in. We deden de gebruikelijke dingen en voelden de koelte. Wat was dit? Was de liefde aan het sterven? Je vreesde het en je wilde er niet aan.
Onlangs ontplofte het. Ik had mij uitgesproken over nalatig gedrag van één van de kinderen en Karin pikte dit niet. Karin mocht oordelen als moeder, ik blijkbaar niet. Ik was niet hun vader. Maar was dat het argument? Nee, natuurlijk niet. Dus ik ging hier eens flink in doorzagen.
¨Als je kinderen ongewenst gedrag vertonen in jouw ogen mag ik dit allemaal van je vernemen, maar geef ik eens aan wat ik minder vind aan hun gedrag dan heb ik het mis, ontferm je je om hun status en ziel. Je noemt dit liefde, maar in feite gaat het om jou!¨
Ik wist dat ik de kern raakte maar niet wat er nu precies speelde. Ik nam het woord moederkloek vaker in de mond. Ik zei dat ik gewoon mijn mond open zou blijven doen, geen biologische vader hoef te zijn voor helder constateren en dat ik me niet liet kortwieken. Ik heb dit ook tegen de jongens gezegd toen de ruzie die zich ontwikkeld had niet te sussen bleek. De kern werd steeds niet geraakt, de pijn wel. We vloekten en tierden in episoeden om vervolgens in eenzaamheid tot rust te komen. We kwamen er niet uit. Zware dagen. Beiden verkrampt, beiden hartkloppingen, beiden machteloos. De jongens boden op zeker moment aan ons in gesprek te leiden. Dat was een prima move. Maar het mocht niet baten. Godverdee wat waren we boos! Ik liep twee keer uit het gesprek weg die avond om naar adem te happen (sjekkie eigenlijk) en de derde keer had ik het opgegeven voor die avond.
Karin had zes mails aan me geschreven. Ik had ze niet ontvangen, ze waren naar een oud mailadres verzonden. Er stond in wat er speelde. Dat het onredelijk was wat Karin deed, dat ze dit ook zag, maar dat ze mijn bemoeizucht met de kinderen deze dagen niet kon velen om een of andere reden. Nadat ze de mails had gecomponeerd en van haar werk naar huis reed was er een enorme huilbui uitgebroken. Opeens zag ze het: ze voelt schuldgevoel naar de kinderen, dat ze in het verleden hier en daar tekortgeschoten heeft. Mijn inmenging betreffende de kinderen werd door dat schuldgevoel afgeweerd. Het was niet rationeel maar moest blijkbaar wel gebeuren. En nu brak die code. Karin zag zelfs een afweerpatroon die ze al had opgenomen toen ze nog maar twaalf jaar was. Toen ze me dit vertelde wist ik het: we zijn er uit! Boze energie werd warm, hardheid smolt tot tranen, krampen kwamen tot ontknoping. Opeens was alles weer goed. De waarheid zet je vrij. Tis waar.

Een shift. Een omkering in een moment van erkenning. Opeens weer liefde. Opeens weer onze lach en flonkerende ogen. Weer het eenvoudig omhelzen van geen probleem. Die mind toch! Als je erin zit en gelooft wat het je voorspiegelt ben je goed de sigaar. Totdat de zeepbel knapt. We wisten deze vanuit de identificatie niet te laten knappen, totdat we ontploften en alles onhoudbaar was geworden. We zijn twee lastige portretten. Maar zeiden meteen tot elkaar: die rare valse patronen mogen er zijn, de intentie erachter heeft ons weer tot elkaar gebracht. We gaan niet voor aanpassen en sussen, we willen de kern van de zaak steeds. We hebben zo vaak dit gevecht gevoerd. In een mail had ik eerder aan Karin geschreven:

Bij mij komt steeds het beeld terug van een lekkende boot. Als wij in conflict komen zien we hetzelfde vuile water, als het lukt scheppen we de boot leeg en langzaam loopt ie dan weer vol. De boot dient gerepareerd te worden willen we dit in het vervolg voorkomen.

Willen we nog een kans maken dan, naar mijn beste inzicht, dienen we de boosheid onmiddellijk te lossen, te vergeven in het besef dat we onze gebreken ontmoeten, niet een slechte intentie. De vuiligheid die we elkaar toe hebben geworpen komt uit machteloosheid. Wat er werkelijk van gemeend wordt kunnen we in rust bespreken.

Als er nog de liefde en wil is kunnen we dit vanavond doen. We moeten niks, het kan. Laat maar weten wat je wilt.

Ja, dat vond Karin een prima insteek en diezelfde avond ging het lont weer in het kruitvat. De beste bedoelingen hielpen niet vanuit het afgescheiden poppetjesbewustzijn van waaruit we elkaar ondertussen waren gaan bekijken. Karin had haar mails alsnog naar mijn juiste adres gezonden en ik las wat er in haar speelde, maar aanvankelijk nog niet dat ze zich erkende, ik zag vooral misvattingen. Het waren ook misvattingen, maar in erkenning, Karin vond het vreemd dat ik dat niet zag. We mailden in de nacht. Op zeker moment kwam ze beneden.
¨Zullen we praten?¨
¨Nu? Lijkt me niet handig.¨
¨Mij wel.¨
Die nacht om twee uur vielen we elkander weer in de armen en al die zwaarte voelde opeens licht als een veertje.

.

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.