Johnny, Funkadelic en de puntkaalkop

psillo80.6

Foto van ínternet, bewerkt

Ik leerde hem kennen, rond 1985 schat ik, nadat ik mij verplicht had aan een uitzendbaantje in de Waardepolder te Haarlem. Zijn naam was John maar omdat hij klein van stuk was werd hij vaker Johnny genoemd. Weet niet goed meer bij welk bedrijf ik hem ontmoette; was het de grote drukkerij, het lampenmagazijn van Lumiance, of elders? Ik had in dit industriegebied al vele baantjes gehad en in alle gevallen werd er minimaal beroep gedaan op groot talent; het betrof altijd eenvoudig en niet zelden stompzinnig werk. Hoe dan ook, in een van de pauzes, op een mooie zomerdag, ging ik naar buiten om op een grasveldje een joint te draaien die het geestdodend werk daarna wat kon veraangenamen; dat was het moment dat Johnny aan kwam lopen en me met een lach zei:
“Aha, ik ruik dat jij iets tegenover de saaie arbeid aan het stellen bent; vind je het goed dat ik even bij je plaats neem?” Ik was meteen gecharmeerd van hem; zijn glimlach werkte aanstekelijk en deed mijn gemoed goed. Ik bood hem de joint aan.
“Nee, rook jij die maar op; ik behoud mij tot mijn pijpje. Wat heb je er eigenlijk in gedaan?”
“Afghaanse hasj”.
“Ik heb een heerlijke vette Marokkaanse; ik zal mijn pijpje ermee bereiden en dan laat ik het je wel proeven.” Aldus geschiedde en toen ik, nadat hij mij de pijp geoffreerd had zonder zelf nog geproefd te hebben en een brandende aansteker boven het kopje hield, inhaleerde resulteerde dit eerstens in hevig hoesten en meteen daarna was het net alsof ik een helm op mijn kop gezet had gekregen; het effect was razendsnel in mijn systeem geschoten. Opeens was de zomer veel meer zomer en Johnny nog aardiger dan zojuist.
“Woon jij ook in Haarlem Johnny?” vroeg ik terwijl hij nogmaals een vlammetje boven het pijpenkopje hield en de resterende inhoud ervan bijkans in ene keer zijn longen in zoog. Heel rustig blies hij de rook uit en antwoordde:
“Yep, ik woon achter het station, met mijn lieve vriendin Ilona. Ilona is heel goed voor mij. We zijn al jaren samen en ze bleef ook bij me als het niet zo goed met me ging. Ik gebruik nogal eens heroïne en soms wordt dat te gek; maar mijn meissie bleef. Omdat ik wil dat ze blijft kick ik dan altijd af. Dat doe ik dan met psilo.”
“Psilo?”
“Ja, het puntkaalkopje wordt ie ook wel genoemd. Het is een klein paddenstoeltje dat de hallucinogene stof psilocybine bevat; als je die inneemt kom je in het godenrijk en is het relatief eenvoudig je verslaving als onnodig te doorzien; dit helpt met het stoppen ermee.”
“En dan zit je vast aan dit paddenstoeltje?” Johnny lachte hartelijk en zei:
“Nee, dat is nu juist het grappige. Als je het puntkaalkopje twee dagen achtereenvolgend gebruikt heeft het dag twee hoegenaamd geen effect. Ik gebruik al zeven jaar heroïne en steeds als het te dol wordt voor gezondheid en portemonnee kick ik af met psilo; het is een wonderlijk middel dat de natuur mij geeft.”
De pauze was ten einde toen we elkanders adressen en telefoonnummers op zak hadden en een hand van goede verstandhouding geschud hadden. Nog geen week later zat ik bij hem en Ilona in hun gehuurde woonruimte. Het eerste dat me opviel waren alle geblindeerde ramen. Dit was gedaan met batik doeken zodat er genoeg maar geen fel licht binnen viel. Ilona was een lieve jonge vrouw die zich dienstbaar maakte aan Johnny, de sympathieke kleine man die aan alcohol, heroïne, hasjiesj en tabak verslaafd was. Door de ruimte klonk muziek van Funkadelic; Johnny was blij dat ik het graag hoorde en noemde het geniale muziek van outcasts. Ik herinnerde me opeens weer onze eerste ontmoeting; de overeenkomst tussen Johnny en mij was maatschappelijk onaangepast te zijn. Johnny en Ilona dronken bier, ik rode wijn, toen Johnny me vertelde dat hij het puntkaalkopje heeft leren kennen via GJ, een oudere vriend van hem die hij als magiër beschouwde. GJ had Johnny geleerd waar je de psilo in Nederland kan vinden en hoe je deze kan onderscheiden van andere soorten. Ik heb nooit nagezocht of het waar is maar Johnny beweerde dat je op veengrond moest zoeken en wel veengrond waarop paarden lopen of althans hebben gelopen. We spraken af dat we samen zouden gaan zoeken als de buitentemperatuur tegen de nul graden of net iets eronder was; dat is het moment waarop de wondertjes hun kop opsteken.
Herinner me die eerste keer nog goed. We reden naar een landje in Heemstede dat, zo ontdekte ik vele jaren later, ligt naast het terrein van de Instelling voor Epilepsiebestrijding waar ik vanaf 1990 ruim 21 lang werkzaam zou zijn. Daar kon je de psilo’s vinden; dat had hij met GJ ontdekt. We hadden kleine gerasterde containers bij ons waar onze vondsten in opgeborgen zouden worden; na de pluk moesten de kaalkopjes kunnen blijven ademen wilde de rot niet intreden. Ik werd geïnstrueerd: het gaat om een heel klein paddenstoeltje met rank, gebroken wit en veelal kronkelig steeltje. Er is een paddenstoeltje dat daar erg op lijkt maar als je die opeet ga je dood; het was dus wel zaak de goede te vinden. Als je twijfelt kun je thuis je opbrengst in het donker laten drogen en het puntkaalkopje onderscheidt zich na dat proces doordat het hoedje goudkleurig is geworden; het foute paddenstoeltje heeft dan een zwarte hoed. Na ons zoeken keek Johnny naar mijn opbrengst; zeker twintig stuks. Hij verwijderde er drie van die stellig niet gezond waren en de rest aten we op.
“Hier Joost; neem wat rauwe uiringen; mochten er wormen in ons huidig voedsel zitten dan kan je knap ziek worden. Als je ze vers eet: altijd uiringen erbij.” Ik at de paddenstoeltjes en stukjes rauwe ui, was opgewonden en gretig naar de ervaring die komen zou, dus ik zat vervolgens de hele tijd te kijken of er iets in mijn perceptie veranderde. We namen wat te drinken in het Theehuis vlakbij; we kozen voor een biertje zo vroeg in de middag. Twintig minuten later stapten we op onze fietsen nadat Johnny reeds had aangegeven dat het goedje in hem werkzaam geworden was. Ik voelde niks en was al een beetje teleurgesteld, daarbij toenemend wanhopig aan het worden dat ik ongevoelig voor het werkzame bestanddeel zou zijn. We reden terug naar Haarlem en niets van een effect in mij te bemerken. Ik begon mij al met dit feit te verzoenen en zou het sowieso wel goed hebben met mijn gezelschap, overwoog ik, als ik wat rode wijn ergens op zou halen. Bij de Haarlemmer Hout aangekomen zei ik:
“Moet even afstappen man; ik moet enorm pissen!” We hielden stil, ik zette mijn fiets tegen een bankje, liep een stuk bos in en liet de urine lopen. Opeens was het daar en ik riep:
“Johnny!”
“Ja?”
“Die bomen stonden altijd al zo maar nu zie ik pas hoe ze echt staan; alles is zo enorm driedimensionaal!” Johnny grinnikte en zei:
“Nu is het spul werkzaam”.
Johnny kwam sinds die dag geregeld bij me langs, onaangekondigd, en ik hoefde me niet te schamen als ik al aangeschoten was; Johnny had daar alle begrip voor. Hij nam dan weer zijn pijpje uit de binnenzak van zijn jasje, stopte deze vol met een bekend goedje en deelde de opbrengst met mijn longen. Ik schonk hem in. Op een dag had hij besloten met Ilona naar Amersfoort te verhuizen. In die plaats en omstreken woonden vrienden van hem, zoals in Hilversum waar een stevige gozer met enorme schoenen zijn huis had. Zijn naam ken ik niet meer maar hij deed me denken aan een Noorman met lange haren die niets op zijn weg heel zou laten. Ook hij was enorm fan van Funkadelic, hoewel ik nu denk dat hij deze constatering nooit van me geaccepteerd zou hebben: hij was Funkadelic, èn Parliament, de andere groep waarin o.a. Bootsy Collins en George Clinton opereerden! Het was religie voor hem; de hier en daar apocalyptische songteksten lagen hem na aan het hart en liever ging de wereld, als het aan hem lag, eerder gisteren naar de kloten dan vandaag. Ik vond dat een vreemde interpretatie van de werkelijkheid maar kreeg toch zijn adres; hij vond me wel een te pruimen gozer.
Op een dag kwam ik naar Hilversum. Daar zou een feestje zijn van een rijke heer, een bekende van Johnny en de Noorman. Ik was ook uitgenodigd. De welgestelde jonge man had belangen in meerdere horecagelegenheden en was niet afkerig van coke. Dit is de eerste en laatste maal in mijn leven geweest dat ik coke snoof. Het werkte tegelijkertijd als een egopomp en gevoelskiller. Ik vond het helemaal niks zo zeker te zijn in zo een koude wereld. Ik bestelde extra wijn om dit verlies nog enigszins goed te maken die avond.
Een andere dag reisde ik af naar Amersfoort waar Johnny en Ilona op een mooie plek aan een centraal plein hun woning vlak bij een kroeg hadden. Het was zomer en ik had er zin in. Het was weer tijd voor de magische paddenstoeltjes. In de namiddag namen we ze in waarop ik in deze ook weer geblindeerde woning het late zonlicht opeens zag schitteren als goud. Ik zag de Noorman aan de overkant van de ruimte samen met Ilona en de hij fluisterde haar iets in het linkeroor. Op dat moment werd ik volslagen paranoia! Ze hadden het over mij! Dat dacht ik! Ik zonk ineen. Het duurde even voordat ik van mijn crisis melding maakte en Johnny zei:
“Laten we even gaan wandelen; Joost heeft frisse lucht nodig”. Iedereen vond het een goed idee maar al wandelend, ─hoe opmerkelijk─, zonk ik met grote regelmaat door de knieën. Lichaam volgt geest, zag ik overduidelijk tijdens mijn eerste bad trip met de paddenstoel. Ik kwam maar langzaam terug tot normaal vredig bewustzijn.
Johnny vertelde me achteraf een verhaal waaruit bleek dat hem ook eens de schrik op het lijf was geslagen gedurende een avontuur met GJ.
“Ik stond met GJ op een duintop en beiden hadden we de magic mushrooms ingenomen. GJ vroeg me op zeker moment of ik naar de maan wilde gaan en ik zei ja. Hij knipte met zijn vingers en ik was op de maan! Toen GJ mijn paniek hierover ontdekte vroeg hij me of ik terug naar de aarde wilde. O ja, dat wilde ik zeker, en wel meteen! Andermaal knipte GJ met de vingers en ik stond weer op de duintop, ademloos en vervolgens amechtig herstellend voor ik weer mijn gemak vond.¨
Johnny is uit zicht geraakt, ik weet nu niet hoe het Johnny, Ilona en de Noorman verder vergaan is. Heb nog wel eens uitgevonden dat hij in Spanje verkeerde, daar werkte als verpleger meen ik. Misschien, als je dit eens leest Johnny, zal je reageren en ontmoeten we weer eens.

.

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.