Herinneringen aan Trudy (10 November 1953 – 21 juli 2009)

Inleidend woord

In 2009 schreef ik teksten over het stervensproces van mijn zus Trudy. Onlangs las Karin deze voor het eerst en ze zei me: dit is zo mooi, dit moet je delen. Bij deze geef ik de teksten uit die tijd vrij.

*

Transparante tijd
17-06-2009

Ik wacht een beetje onwezenlijk op een telefoontje. Mijn zus Trudy heeft longkanker, uiterst gevorderde kanker. De arts heeft twee weken terug gezegd: binnen twee of drie weken gaat er iets acuuts gebeuren: afknellen van ader, zenuwbaan of verstikking. Een van haar lieve dochters heeft geleerd Dormicum, een slaapmiddel, te injecteren, zodat ze geen verstikking hoeft mee te maken. Zegt mijn zus, doodleuk, met een glimlach op haar mond als ze de keuken in loopt: “Mensen die verdrinken krijgen toch ook niet eerst een injectie?”
Later die dag zaten we aan tafel met veel familieleden. Ik ben niet het attente type maar had kerststerretjes in juni meegenomen. Die branden vrij snel op. Mijn zus stak er een aan en zei aan tafel tegen mij: “Joost, die sterretjes zijn maar 16 cm, dat valt me toch een beetje tegen”. Ik boog naar haar glimlach al toe en zei: “Ik dacht dat we niet zoveel tijd meer hadden”. Weer die lach!
Welnee, mijn zus mankeert niks. Ze heeft allang aanvaard dat zij de regisseuse der dingen niet is. Ze is het mooiste voorbeeld in een vergankelijke wereld die ik me nu kan bedenken. Ze geniet iedere seconde. Ze eist van geen seconde meer iets. Het is vrede die sterft in zichzelf.

*

de kunst van het loslaten
19-06-2009

de energie neemt af
pijn en ongemak toe
toch steeds weer je lach
van aanvaarding

ik voel het wel maar
begrijpen kan ik niet
dat je er straks strak en
levenloos bij ligt

zal ik je missen?
denkend aan die laatste
dagen, glimlach
ik alweer

*

Ontboezeming en bloem; huilen doet geen pijn
06-07-2009

Vandaag werd het weer aan mij gevraagd. Vanmorgen tijdens de overdracht vanuit de nachtdienst, door een collega op mijn werk. “Hoe gaat het nu met je zus?” Als zo vaak de laatste maanden vertelde ik het laatste nieuws over haar leven in het allerlaatste stadium van de agressiefste vorm van longkanker. Eigenlijk steeds overheerste de rust in mijn verhaal welke ik vertelde met de lach van mijn zieke kerngezonde zus voor ogen. Zo ook tijdens het begin van deze dag. Maar er kwamen meer mensen binnen, die medeleven betoonden. Er begon al snel meer mee te trillen in dit lijf. En toen later die ochtend de afdelingsmanager buiten nog eens doorvroeg en uitgebreid de tijd voor me nam op het terras bij het paviljoen waar onze cliënten tijdelijk verkeren, werd het steeds een beetje nat achter mijn zonnebril. Ik voelde dat ik de controle over mijn lijf wilde behouden, ging verzitten om een stortbui te voorkomen.
Dezelfde vrouw die me gesommeerd had, nadat ik weer eens op mijn werk naar drank geroken had, het drankprobleem aan te pakken, vroeg of de situatie met mijn zus de alcohol niet weer verleidelijk voor me had gemaakt. Ik erkende dat het, na maanden droog staan, weer in het spel was. Ze maakte er verder geen punt van en we spraken nog wat over mijn zus en mijn gevoelen hierin. Voelde me tegelijk dankbaar en van mijn stuk gebracht. Vaak heb ik kritiek op mijn drankgebruik vernomen en stoppogingen waren ook ingegeven door de angst voor liefdes- en baanverlies. Ik kwam innerlijk in opstand omdat ik me door anderen niet wilde laten voorschrijven wat ik moest doen. Een heel dom mechanisme, ik weet het. Door met het oordeel van anderen rekening te houden zelf niet meer weten wat je zelf nu echt wilt.
Morgen ga ik mijn zus zien. Hoe zal ik haar aantreffen? Ze slaapt steeds meer, gewoon in de huiskamer. Eerst, wat weken terug, toen alleen lopen niet meer lukte hebben haar moedige drie dochters een luie stoel geregeld, om op het balkonnetje of binnen te plaatsen. Zo een stoel welke hoofdprijs ooit op tv nog genoeg was in de Berend Boudenwijnshow, of hoe dat ook heette: als je de rugleuning naar achteren trekt komt er aan de voorkant een voetenbankje naar boven. Maar al snel werd deze vervangen door een bed in de huiskamer. ( Bij mijn zus, niet bij Boudenwijn; wel opletten hoor! ) Dagelijks bezoek werd afgeschaft; er werden wat dagen per week van 13.00 tot 18.00 uur voor bezoek ter beschikking gesteld door de dochters, die graag ook tijd met hun moeder alleen wilden hebben. Ook dit werd vrij snel anders: op dinsdag en donderdag van 14.00 tot 17.00 uur. Zo is het nu sinds kort. Vijf weken geleden voorspelde een arts dat er binnen twee a drie weken iets acuuts zou gebeuren maar dat heeft nog altijd niet plaatsgevonden. Ik roem met diepste hart de dochters die injecteren hebben geleerd voor acute situaties met wel mogelijk onvrolijke taferelen. Ik stel me steeds meer voor hoe ieder moment voor haar, die nog altijd glimlacht en grapt, moet zijn. En dan raakt het wonder me diep.
Koop zelden bloemen. Of ik moet wel erg verliefd zijn of een slechte reputatie op te krikken hebben. Toen ik de laatste keer voor mijn zus die twintig rozen in de kleuren wit, oranje, rood had uitgekozen had ik onwillekeurig de associatie met een kist. Maar mijn zuster wil niet in een kist. Gewoon onder een doek tijdens het laatste afscheid van haar levenloze lichaam. Van haar? Ze lacht alweer; ze was al gevlogen, zal ik dan denken denk ik nu. En toen die bloemen dan op dat Venloos balkonnetje op tafel werden geplaatst met een prachtige vaas eromheen, hoorde ik mijn zus met een andere zus overleggen over de te regelen zaken voor als mijn zus haar lichaam voorgoed heeft uitgetrokken. Weerstandloos uit laten trekken eigenlijk. Zo gewoon, zo bijzonder.
Het grote geluk is de aanvaarding. Toen ik achter mijn zonnebril vanmorgen dreigde te lekken zei ik dat hardop. Mijn zus heeft geen grote pijn voor zover ik gehoord heb en anders gaat de Morfine nog een stap hoger. Bovendien heeft ze naar de mensen in haar omgeving, vanaf de diagnose en al die maanden van versterving die volgden, vrede getoond, steeds weer lach en begrip gebracht, en ook ruimte voor hun voelen. Ze wist dat ze het verdriet van niemand weg hoefde te nemen en was er voor hen. Ze is voorgoed die inspiratie voor al de te komen ongemakken voor wie haar hierin hebben meegemaakt.
Dit verhaal gaat eigenlijk niet over mijn zus, want het gaat heel goed met haar. Ze leeft in vrede. Ze zal in vrede gaan. Ik weet niet of ik haar nog levend zal zien morgen en dat hoeft ook niet. De tranen zijn van liefde; het verdriet voelt niet aan als iemands onredelijkheid. Ik zie vrede in mijn zus en vraag me af waarom ik nog zo moeilijk met levensfeiten doe. Vroeg me af: wat geef je nu kado aan iemand die ieder moment naar adem kan snakken die ik niet geven kan?
Morgen naar mijn kerngezonde zieke zus om mijn kernachtige ziekte in te leveren: het beter weten hoe het met het leven moet dan het leven zelf al is. En voor haar lieve lach. Met mijn gesukkel, als ik op haar toe treed, zo vertrouwd als in al die jaren die we samen deelden met diepe spirituele interesses (grappig: autocorrectie suggereert als ik ‘interessen’ schrijf: ‘interesten’) en bezoekjes aan leraren op dat vlak. Nu is ieder vlak in de diepte gevallen, dat niet-bestaan, omarmd door dit nog welbewuste levende lijf waarvan ik al afscheid nam de laatste keer. Ik trad op haar toe, op het balkon, waar ze lag in haar Berend Boudewijnstoel, en boog voorover, steunend op de rechterleuning voor een afscheidskus, toen dat voetenbankje opeens uitschoot en ik bijna mijn zus had omgebracht! We lachten, de lieverd en ik.

*

Lieve zus van eeuwig

weet je Trui, straks
als je de telescoop hebt afgelegd,
zal ik je vinden in stilte

zal dit zicht niet eerst
aan herinnering hoeven binden;
hier ben je al, reeds dit hart

zo is je liefde, je gemak
als je ieder zijn eigen beleven blijft
geven, morfinepomp aan je zij

zal je vast nog wel eens missen
en meteen weten: dit is vergissen:
als Ramana kan je nergens heen

je zult de bomen zijn, de lucht,
de wind in mijn haar, en je zal stralen
als iedere regen en zonneschijn

*

Dank Schoonheid!
07-07-2009

Och, er is zoveel dat ik wil vertellen, zoveel schoonheid in het laatste huis van mijn zus. Ik zal lang niet alles vertellen; ik wil de privacy van geen van de betrokkenen schenden, de zuiverheid van het samen zijn met familie niet stuk maken met teveel woorden. Ook ontbreken daarom foto’s van de anderen; alleen breng ik een keer mijn zus en mij in beeld en het cadeau dat ik vandaag van haar ontvangen mocht. De foto hier is een opname van een van de vele prachtige polaroids van geliefden met mijn zus die in de woning aan een koord zijn opgehangen, gemaakt ruim een maand terug, op 6 juni.

polaroid-trudy-6-juni-2009

Ze vroeg me op een stoel te gaan zitten zodat ze me goed kon zien. Met broze stem vertelde ze me dat ze haar vier broers en twee zussen graag iets wilde geven dat lang in haar bezit was geweest. Een zwaar in kleurig pakpapier gehuld object werd mij overhandigd. Ik opende deze op het matras van het hoog-laagbed dat in de huiskamer staat, vlak voor de ogen van mijn zus. Er kwam een heerlijk Boeddhabeeld tevoorschijn. Was al die jaren met haar meeverhuisd; nu gaf ze het aan mij. Ik was verlegen en dankbaar. Blij vooral, dat de dood als een feest kan worden ingehaald. Er zijn twee foto’s gemaakt die ik niet publiceer; ze tonen het ongemak dat kanker geeft teveel. Ik heb van een van de foto’s een uitsnede van gemaakt.

trudy-7-juli-2009-002

Er mag wel een kort verhaaltje nog bij. Met mijn zieke kerngezonde zus heb ik in het verleden meerdere spirituele leraren bezocht, wat behalve inspirerend ook shockerend kon zijn. Beiden werden we close met een specifieke leraar die we ook beiden weer verlieten. De Boeddha stond in die tijd niet voor een leuk beeldje op de schouw maar veeleer voor het volgen van meest eigen hartsimpuls en de vervulling daarvan. Sinds het vertrek bij die laatste leraar bleef Trudy belangstelling houden voor Byron Katie. Voordat ze de diagnose kanker te horen kreeg had ze zich weer in Katie’s boeken verdiept; ze zei later dat haar dat geholpen heeft.
Ik was in de veronderstelling dat mijn zus nu niets, ook geen Katie meer las, maar dat bleek vandaag niet waar. Ze had haar dochter gevraagd uit het boek “Vier vragen die je leven veranderen” hoofdstukken 11,12 en 13 voor te lezen. Ik zag het boek, half onder een bank geschoven, liggen toen ze me dit zei. Ik pakte het en reikte het haar aan. Ze bladerde erin en gaf me het boek, geopend op hoofdstuk 11: The Work toepassen op het lichaam en verslavingen. “O ja”, zei ik, “ik heb dit hoofdstuk veelvuldig gelezen”.

byron-katie-008

Foto met Byron Katie, door Trudy gemaakt

Byron Katie is ongetwijfeld in mijn leven en denken van grote betekenis. Toen ik haar in 2008 ontmoette vroeg ik haar voorin in het boek iets over alcoholverslaving te schrijven. Ze schreef de sleutelzin:
“Drinking alcohol is the effort of our thought”.
Wie ‘the Work’ van Byron Katie niet kent kan hier het filmpje zien waarin ze de effectiviteit ervan demonstreert: “Open Heart Surgery”.
Ik bladerde verder naar hoofdstuk 12: Bevriend raken met het ergste dat kan gebeuren.
Ik las een stuk tekst dat me liet lachen; herkende er mijn zieke kerngezonde zus volledig in. Besloot het voor te lezen. Katie aan het woord:
‘Ik heb aan het sterfbed van heel veel mensen gezeten, en nadat we The Work hadden gedaan, zeiden ze altijd tegen me dat alles in orde was. Ik herinner me nog een heel bange vrouw die aan kanker stervende was. Ze had mij gevraagd om met haar te praten, dus ik ging naar haar toe. Ik ging naast haar zitten en zei: ‘Ik zie geen probleem.’ Ze zei: ‘O nee? Nou, ik zal je een probleem laten zien!’ En ze trok het laken van zich af. Een van haar benen was zo opgezwollen dat het minstens tweemaal zo dik was als het andere been. Ik keek en ik keek en ik zag nog steeds geen probleem. Ze zei:’Ben je soms blind? Kijk dan naar dit been. En kijk nu eens naar het andere.’ En ik zei: ‘Oh, nu begrijp ik wat het probleem is. Jij lijdt aan het idee dat dat been er net zo uit moet zien als het andere. Wie zou je zijn zonder die gedachte?’ En ze begreep het. Ze begon te lachen, en de angst stroomde naar buiten door haar gelach. Ze zei dat ze nog nooit zo gelukkig geweest was als nu.’
Mocht iemand twijfelen aan de kracht van zulk eenvoudig inzicht dan kent die persoon mijn zus nog niet. Ik ken mijn zus wel en ze is een onnoemelijke inspiratie voor me voor de rest van mijn leven. En stellig voor een ieder om haar heen die ongemakken gaat tegenkomen en zich zal herinneren hoe zij deze vandaag, op dit moment, nog altijd met glimlach en dienstbaarheid aan anderen draagt. Zoals ook toen ik eind van de middag weer ging, na menig omhelzing en gewaarwording van de genade van zoveel liefde om mij heen. Mijn zieke kerngezonde zus zei: “Joost, wil je nog een flesje wijn van me mee?” “Kan ik toch zelf kopen lieverd.” “Cadeautje van mij; pak er maar een uit het rek of van de grond.” “Doe ik.” Ik pakte er een en las op het Zuid-Afrikaanse etiket: Soek Die Geluk.
Zal ik doen Lieverd, maar zonder te zoeken want je hebt me goed laten zien dat het hier is, ook in dat geitgebreide verslavingsding van mij.
Ik stopte de fles in mijn rugzakje en ging voor een laatste kus naar haar bed. Het was een korte kus met de intentie die bij wijsheid hoort. En die gewichtig onbelangrijke dingen zegt als: “Dank voor de wijn lieverd”. “Geniet er maar van.” Het was de zoveelste laatste kus. Mij gaat het goed lieve zuster, je hebt me alles gegeven dat in je is en zal dit, zonder je lichaam, tot in lengte van jaren, Deo Volente, blijven doen. De dood is banger voor jou dan andersom denk ik. Grapje, maar toch. Je bent onweerstaanbaar in mijn leven, voorgoed. En je laat uiterst dankbare dochters na, uiterst dankbare broers en zusters en al die ik niet noemde. Na onze kus zocht ik nog mijn zwarte overhemd, zwaaide ik in alle richtingen van de aanwezigen en toen ik je nog eenmaal toewuiven wou lag je alweer vredig te slapen. Het is altijd goed zo lieverd, altijd.

*
Hof van Eden
21-07-2009

Gisteren werd ik gebeld door mijn zus Anneke. Trudy had haar kinderen aangegeven dat ze moe was, heel moe. Ze zouden die avond extra Dormicum toedienen zodat Trudy zou inslapen. Aai, opeens is het dan zover. Ik belde mijn werk dat ik geen nachtdienst kon draaien en de tranen stroomden. De tranen die al die tijd in een soort koeling verpakt hadden gezeten vonden nu geen enkele weerstand meer.
Vanmorgen een email. Ze hadden Trudy die extra Dormicum gegeven en ze sliep in. Maar het overlijden kan nog wel drie dagen op zich laten wachten. En mijn zus is een taaie, dat bleek wel toen ze eerder gestelde termijnen ook overleefde. Haar is beloofd dat ze niet meer wakker hoeft te worden. Bij de eerste verschijnselen van ontwaken zal op een Dormicumpompje een knopje worden ingedrukt dat dan een extra dosis aflevert. Slaap zacht Trudy, ga maar op in het Licht!

*

Dood als ontknoping van de magnolia
06-04-2010

Wou net een liedje opnemen maar alle snoertjes zaten in de knoop. Door weken onoplettendheid zat ik met verwikkelde snoeren in mijn handen om tot ontknoping te brengen zodat ik beschikking kreeg over de microfoon. Het was alsof ik naar mezelf zat te kijken toen ik ermee bezig was. Het leken verdraaid nog aan toe wel kerstlichtjes waarbij de knopen over het licht de overhand hadden gekregen! Maar het is net Pasen geweest en de boel is ontrafeld.
Het liedje dat ik voor mijn beminde luisteraar zal zingen is speciaal voor mij. Het heeft extra dimensie gekregen sinds mijn zus Trudy vorig jaar als nog jonge moeder van drie volwassen dochters overleed. Als ik aan Trudy denk kan ik haar missen maar weg is ze nooit geweest. Hetzelfde met mijn ouders: hun dood geeft me niet het gevoel dat ik ze kwijt ben. Ze zitten in mij. Het gedicht van Christina Rossetti waar ik wat akkoorden onder heb gezet en dat ik hier ten gehore breng, beschrijft mijn gevoel wonderwel. Excuses voor de ruis in de kabel, U weet waar dat van komt. Luister hier.

by Christina Georgina Rossetti  (1830-1894)

When I am dead, my dearest,
Sing no sad songs for me;
Plant thou no roses at my head,
Nor shady cypress tree:
Be the green grass above me
With showers and dewdrops wet;
And if thou wilt, remember,
And if thou wilt, forget.

I shall not see the shadows,
I shall not feel the rain;
I shall not hear the nightingale
Sing on, as if in pain:
And dreaming through the twilight
That doth not rise nor set,
Haply I may remember,
And haply may forget.

Ilse, een van de dochters van Trudy, zond me laatst een ansichtkaart met in haar tekst de prachtige woorden: “De magnolia van Trudy komt langzaam weer uit. Mooi hè?!”

*

Mijn zieke lieve kerngezonde zus Trudy
03-09-2011

Trudy is alweer geruime tijd terug gestorven maar ik tel die tijd niet; als ik kijk naar de foto links van mij op het prikbord, waar ze me toe zwaait is alsof ze nooit is weg geweest. Hetzelfde heb ik altijd met mijn vader en moeder gehad: je kunt je lichaam verstoppen maar mijn liefde is niet gek. Ik deel een tekst uit de tijd van haar ziekte.

Ik kan nu neerploffen; dit geldt voor iedereen. Trudy zei: het verschil is dat jij niet weet wanneer en mij is een termijn gesteld; verder is er geen verschil.
En opeens wellen de tranen. Op de fiets, in de zon, tranen achter mijn zonnebril. Wonderlijk hoe verdriet gelukzalig kan zijn. Nee, ik voel me niet ongelukkig en toch huil ik. Hoe leg ik dit uit? Ik weet al dat ik het op zal schrijven, vorm zal geven. Vanmorgen terug gekomen uit Venlo. Heel veel ontvangen gisteren en vandaag. Wil dit niet voor mezelf houden; de wereld mag van dit wonder weten!
Trudy, mijn zus die in Venlo woont, heeft kanker. Enige tijd geleden had ze een nacht pijn in haar longen. Dit gaf benauwdheid. Die morgen daarop naar de dokter. Die zei: foto’s maken. Heel snel kreeg ze het te horen: “mevrouw U heeft longkanker, de agressiefste vorm, en u zit al in het laatste stadium. U heeft nog ongeveer een half jaar te leven”. Na chemotherapie en bestralingen met allerlei vervelende bijwerkingen zijn we nu dat half jaar verder. Men kan niets meer doen. “Mevrouw, u zit op een tijdbom.“
Wie zou denken dat we hier met een ramp te maken hebben moet maar even verder lezen. Ieder moment kan het gebeuren, dat een van de tumoren een bloed- of zenuwbaan afknelt. Of dat ze plotseling bloed op hoest. En dan is het gedaan.
Gerard, met wie Trudy in het verleden heeft samen geleefd, had over haar ziekte gehoord en contact met mij opgenomen. Gerard was voor zowel Trudy als mij jaren uit zicht geweest. Ik had veel aan hem gedacht en nu hoorde ik zijn stem. We hadden een langdurig openhartig gesprek; een feest van herkenning. Alsof er geen jaren tussen zaten. Hij nodigde me uit binnenkort bij hem te komen eten en aldus geschiedde. Welk een hartelijk weerzien! Ik zou Trudy hierover berichten en voorstellen dat wij getweeën naar Venlo zouden afreizen om haar te ontmoeten. Trudy was diep geraakt en wilde dit heel graag.
Ik kwam Gerard, ondertussen hartsvriend met een geweldig gevoel voor humor, enkele dagen later in de stad tegen. Hij wenkte me meteen naar het terrasje vlak bij de plek waar we elkaar troffen. Met zijn bewonderenswaardige openhartigheid wees hij in zijn plastic tas naar een zojuist aangeschaft colbertje, met tranen in zijn ogen: “die heb ik gekocht om me af te reageren; ik moest iets doen, het is voor de begrafenis”.
Dankbaar dat ik een rol mocht spelen in het herstellen van het contact van deze twee prachtmensen in mijn leven ondervond ik met het open gaan van Gerard’s hart zijn voortreffelijk luisterend oor; onze gesprekken opende zaken in mij die vastzaten zoals woede en jalousie. Niets van dat bij Gerard, geen spoortje; wel pijn, wel verdriet, maar geen veroordeling en boosheid. Wel veel vragen maar geen eisen. Zo werden bij mij een scala van emotionele fixaties, o.a. betreffende mijn ex-vriendin, op een frisser en eerlijker wijze zichtbaar dan ik de jaren voordien mijzelf had toegestaan. We telefoneerden regelmatig die twee weken na ons eerste weerzien en ik had ergens gezegd dat hij volgens mij Trudy wel kon bellen.
De volgende dag wilde ik Gerard weer bellen; hij had mijn voicemail ingesproken en gezegd dat hij nog iets bespreken wou. Ik toetste zijn nummer meermalen in gedurende twee uur en steeds was hij in gesprek. Zeker weer met zijn creatieve politieke oplossingen voor goede zaken bezig, dacht ik. Gerard rookt niet, drinkt bescheiden wijn en slaapt zo’n vier uur per nacht. Gerard heeft altijd veel te vertellen en blijft steeds onderhoudend. Dus ik dacht: ik bel morgen wel. De volgende dag kreeg ik mail van Trudy: die zei dat ze twee uur lang heerlijk met Gerard aan de lijn heeft gezeten.
En gisteren was het dan zover. Om 11.00 uur pikte hij me op en reden we naar Venlo. Wederom continu gespreksstof, alles vloeiend, gierend lachen op veel momenten en zo bijna afslagen missend, maar de stuurman vond steeds behendig en veilig onze weg naar mijn zus die niet lang meer te leven heeft. Zonder haast zette hij de vaart erin waar het kon; de aard van de autocoureur die thuis het stuurwiel heeft staan waar Gijs van Lennep ooit mee verongelukt is, maar wat hij wonderwel overleefde. Van Lennep zegt sindsdien: “ik leef in geleende tijd”.
Rond 13.00 uur arriveerden we en ik lette op Gerard, of hij niet gespannen was en kon zoiets niet ontdekken. Ik ging mezelf na en vond eveneens niks van dat. Ik drukte op de deurbel en ons werd opengedaan. Ik liep vooruit de trap op waar boven Trudy ons stond op te wachten, met de haar zo eigen stralende lach. Ik omarmde haar tengere lijf; we kusten elkaar, keken enkele seconden in elkaars ogen en je vergeet dan dat je zelf lacht; je verdwijnt in de ander.
Gerard en Trudy liet ik enkele momenten discreet achter me, door mijn tas weg te zetten en te doen alsof ik andere bezigheden dan koekeloeren had. Maar dit was me toch te gek, ik keek om en zag hun innige omhelzing. Ik kon wel janken maar hield me in zoals nu niet hoeft. Toen trouwens ook niet, maar oké.
Ik ben niet het meest attente type maar had dan toch uit mijn cd-kast twee cd’s geplukt, één voor Trudy, één voor Gerard. Voor Trudy een cd van James Taylor die ik ooit voor weinig geld bij de plaatselijke bibliotheek had gekocht. Regelmatig schrijven ze cd’s die te weinig uitgeleend worden af, doen er een sticker op en houden een goedbezochte verkoopdag. Ach, Trudy mag wel weten dat ik er met een koopje van af wil komen, had ik bedacht. Ze nam de cd in ontvangst, bekeek het hoesje en keek me lachend aan: “Afgeschreven!”
We reden met Gerard’s auto naar een prachtplek aan de Maas, bij Tegelen meen ik. Opmerkelijk, voor mij steeds weer, hier te zitten met “ex-en” van elkaar die in alle openheid zaken met elkaar bespreken, zaken die tussen hen gebeurd zijn en die er hier verder niet toe doen. De liefde prevaleerde welke moeilijke emotie ook besproken werd. En ik zat erbij, bleek geen hinderpaal. Mijn God, wat hou ik van die twee! Ze lieten me, zonder zich hiervan bewust te zijn, naar binnen keren en contempleren hoe ik op liefdesverdriet heb gereageerd de laatste jaren. En hoe ik nog onlangs vuil spuwde op mijn ex. Vind ik het gek dat ze me niet spreken wil? Ik zag dat ik de liefde verloren was, en deze mij hier, onder ‘moeilijke omstandigheden’ als ‘kanker’ of ‘liefdesverdriet’, met het grootste gemak in de integriteit van deze twee mensen werd aangereikt.
Op een gegeven moment zei Trudy: “het half jaar is voorbij, het kan ieder moment met me afgelopen zijn”. Ze glimlachte en straalde. “En ik zie heel goed dit ik niet dit lichaam ben”.
Het was tijd voor cryptogrammen. “Haar vervoermiddel” zei het eerste raadsel. Gerard en ik lieten onze hersenen, die we eigenlijk wel in de non-duale staat ten ruste wilden leggen, nu flink werken. Ik met mijn handen in het haar; hij met twee vingers op zijn snor. Met de nodige hinten van Trudy zei ik “snorfiets”. Die lach van Trudy; afscheid bestaat werkelijk niet!
Trudy had er nog een. “Beestachtig dier in de nacht”. Zes letters. Dan denk je dat het makkelijk is, maar dat was dus niet zo. Wel leuk om Gerard dan te zien peinzen terwijl ik het zelf ook niet wist. En Trudy maar glimlachen omdat ze het antwoord al zag. Ok, na de nodige hinten, een hele tijd later, zei Gerard: “hoe noem je nou ook zo een nare droom?” “Nachtmerrie” zei ik. Aha. De nacht kan er af, houden we ’merrie’ over.
Naar de woning van Trudy. Was ik wel blij mee. Wilden we alle drie wel denk ik. Terug naar de beslotenheid van ons drieën. Trudy kon vandaag nog dood gaan. “Ik ook” zei Gerard met zijn meest prachtige smoel. Trudy zei: “Ik weet wat er nu met mij kan gebeuren zoals ze me het vertellen, maar ik weet het het tegelijkertijd niet. Ik leef in de genade het niet te weten. Sinds ik weet dat ik kanker heb, heb ik geen onvrede gekend. Jawel, toch wel toen ik misselijk werd van de chemo, maar daar keek ik naar en toen kwam de oplossing. Ik weet nu dat alles die oplossing brengt. Alles is een verrijking als je er geen drama van maakt.”

*

Masja, Ilse en Kim, de dochters van Trudy, verzorgden met hun vrienden een prachtig weblog waarin het volgende gedicht van Fernando Pessoa een hoofdrol speelde.

Voorbij de bocht in de weg.

Voorbij de bocht in de weg
Ligt misschien een plas, en misschien een kasteel,
En misschien alleen de voortzetting van de weg.
Ik weet het niet en vraag het niet.
Zolang ik op de weg loop en voor de bocht,
Kijk ik naar de weg slechts voor de bocht,
Want ik kan niet anders zien dan de weg voor de bocht.
Ik zou er niets aan hebben naar een andere kant te kijken
En naar dat wat ik niet zie.
Laten we ons houden bij de plaats waar we zijn.
Er is schoonheid genoeg in hier zijn en niet ergens anders.
Als er mensen zijn voorbij de bocht in de weg,
Laten die zich dan maar bemoeien met wat er is voorbij de bocht in de weg.
Die weg is voor hen de weg.
Mochten wij daar ooit komen, dan zien we wel als we daar komen.
Voorlopig weten we alleen dat we daar niet zijn.
Hier is slechts de weg voor de bocht, en voor de bocht
Is er de weg zonder enige bocht

Fernando Pessoa
Zonder titel
Uit de cyclus: Onverzamelde gedichten

*

Op de rouwkaart

“Mama hield van zonnebloemen, veldbloemen en pioenrozen. Het zou een mooi gebaar zijn als u een losse bloem meebrengt die u bij het laatste afscheid bij haar kunt achterlaten.”

trudy-3

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.